Kwekers Tips

Vogeltje wat zing je vroeg.

Na alle postuurkanarietentoonstellingen en speciale rasdagen is tot besluit het kampioenschap van de Nederlandse Bond in Apeldoorn aan de beurt. Bij binnenkomst voelen we ons gelijk thuis. Een schitterend opgebouwd vogelparadijs!

Wij worden op de “glosterstelling” gezet tussen vele andere rassen. Na een slapeloze nacht volgt de keuring en weten wij wie de beste is: een mooie blauwbonte kuif. Wij vinden stuk voor stuk, dat wij zelf de mooiste zijn. Maar na enige aarzeling, geven wij toch de keurmeesters maar eens gelijk.

Na weer een vermoeiende en rumoerige nacht is de opening van de tentoonstelling en we zien tientallen vogelliefhebbers sjouwen met ingekochte vogelvoeders, voedingssupplementen en vogelbenodigdheden. Zo te zien doen de aanwezige handelaren goede zaken. Eigenlijk zouden zij het inschrijfgeld voor onze bazen moeten betalen, maar om dat te promoten zijn wij gelukkig niet naar deze show gebracht. Wij komen om ons te laten beoordelen en om een zo hoog mogelijk aantal punten te behalen. Dat is wat leuk voor de man of vrouw die zich de eigenaar van ons noemt.

Beginnende bij de stammen van zowel de gladkoppen als de kuiven zien wij vanuit onze kooi vele bekende glosterkwekers. Dan hoor ik: “Wat vind jij van de glosters? Die zijn toch zeker veel te groot?” Ik schrik me een glosterhoedje van al die reacties om mij heen. Er komen steeds meer “glosterkenners” dichterbij. De meesten waren het volledig eens met die opmerking over de grootte van ons glosters en ook dat de meeste van ons hier aanwezig te groot zijn.

De een na de andere felle discussie volgt elkaar op en iedereen geeft zijn mening. In het “glosterpad” wordt het steeds rumoeriger en de glostermannen komen er helaas niet meer bovenuit met hun gezang. Wij glosterpoppen schudden wijselijk met onze mooie ronde kopjes en doen onze oogjes maar even dicht bij zoveel menselijke wijsheid.

“Hoe moet dit nu verder?” dacht ik en vroeg aan een flinke, best aardige glosterman naast mij, hoe hij er over dacht. Deze antwoordde mij dat ene Ben Mense ook al eens de knuppel in het glosterhok heeft gegooid (zie het aprilnummer van 2004) en dat ook op andere glostershows met regelmaat gesprekken over de grootte van ons glosters te horen zijn. Tot nu toe heeft eigenlijk nog geen enkele “glosterkweker” hierop gereageerd!

“Wat zou het toch mooi zijn” lispelde ik als gloster, “als nu eens een kwart van de 140 leden van de E.N.G.S. (en dat zijn er precies 35) zijn mening op papier zet en dit opstuurt naar de redactie van dit blad. Die kan deze meningen dan plaatsen in het komende oktober nummer. Het bestuur zou dan als reactie hierop, dit gevoelige onderwerp misschien eens kunnen voorleggen aan de keurmeesters die ons moeten beoordelen”. Mijn buurman, die net zijn aardige kuif in het drinkbakje heeft laten wapperen, was het hier volkomen mee eens.

Dus glosterkwekers jullie zijn nu aan de beurt. Laat je mening horen, zet die eens op papier. De redactie werkt het wel verder uit!!

Voor wat mij zelf betreft: ik wil best eens een klein mannetje proberen en mijn naaste buurman op deze show ziet een mini popje ook wel zitten. Aan jullie de keus.

Een goed broedseizoen gewenst

Kuifje

lijn

tipTIP

Op veel plaatsen kieren en naden in uw hok waar zich allerhande ongedierte in verstopt? Week mottenballen een nacht in de petroleum. Gebruik de ballen daarna als een soort van stopverf om de naden en kieren mee dicht te maken. Gegarandeerd dat geen enkele luis of mijt zich in deze kieren en naden verstopt. Wat er inzit gaat dood.

lijn

Dierlijk voedsel

Hoewel nog niet op grote schaal komt men er tegenwoordig ook achter dat kanaries wel degelijk dierlijk voedsel niet alleen lusten maar ook nodig hebben. Wij geven ze dat tot op heden wel in de vorm van eivoer, maar ook ander dierlijk voedsel zoals miereneieren en meelwormen kan men ze gerust geven.

Ze zullen meelwormen wel niet zomaar ineens tot zich nemen, maar om ze toch enig dierlijk voedsel te kunnen geven en ze er aan te laten wennen kan men meelwormen doorsnijden en deze door het kracht en/of opfokvoer mengen. Een vriend vertelde me in dit verband dat, toen hij dierlijk voedsel (meelwormen) door het krachtvoer ging mengen de vogels ineens van het verenplukken waren verlost. We weten allen wel dat dit soms een verschrikkelijke plaag is en wanneer een kanarie eenmaal bloed proeft hij een ware kannibaal wordt. Verschillende oorzaken wezen we daarvoor aan. Een ervan was verveling, maar sommigen onder ons waren van mening, dat verenpikken als oorzaak had, dat de vogels iets tekort kwamen. Dat “iets” kon dan wel een gebrek aan dierlijk voedsel zijn. De ervaring van mijn vriend kon dan toch wel eens andere gezichtspunten openen.

Dr. Kraak

lijn

Ziektes

Na de kweekperiode zitten onze hokken (als het goed is) vol met vogels. We wachten nog even met vogels van de hand te doen, want ze zijn nog niet allemaal door de rui heen. Veel vogels in een ruimte geeft vergrote kans op allerlei ziektes. Hieronder een paar ziektes waarvan wel allemaal de namen wel kennen, maar waarvan het wellicht goed is om ze nog eens even onder uw aandacht te brengen:

Atoxoplasmose

Deze aandoening wordt veroorzaakt door eencellige die zich vermeerderen in de bloedcellen. Atoxoplasmose verspreidt zich via het bloed naar de verschillende inwendige organen zoals de lever, de milt, de longen en de hersenen. Het is nog steeds een van de meest voorkomende oorzaken van sterfte en slechte kweekresultaten bij kanaries.

Buiten de zenuwsymptomen, het dik zitten en ademhalingsmoeilijkheden ziet men soms ook een sterk opgezette lever, zichtbaar door de buikwand heen als een donkere vlek ter hoogte van de buik. Daarom wordt deze ziekte in de volksmond ook vaak de “dikke leverziekte” genoemd. De gevolgen zijn:

– conditieverlies

– dik zitten en ademnood

– zenuwsymptomen

– verdikte lever

Voor de behandeling van atoxoplasmose worden meestal sulfonamiden gebruikt. Meestal worden deze geneesmiddelen met vaste tussenpozen verstrekt totdat de klachten zijn verdwenen.

Het is belangrijk de volière of kooien grondig te reinigen met een desinfecteermiddel.

Collibacillose

Collibacillose is een bacteriële darminfectie waarbij vooral de problemen beginnen bij kleine jongen die in het nest liggen in de volle zomer. Het is een van de belangrijkste vormen van diarree en neststerfte bij onze kanaries. Diarree bij deze jonge vogels wordt vaak veroorzaakt door kwaadaardige kiemen. De jonge vogels worden geïnfecteerd door de mest van hun ouders bij het leggen van het ei of in de eerste levensweken. Er ontstaat een darmontsteking door de sterke groei van de bacteriën. Deze produceren giftige stoffen en kunnen daardoor bloedvergiftiging veroorzaken bij de jongen. Doordat de pop niet meer in staat de mest (die normaal omgeven is door een vliesje) uit het nest te werpen, worden de nesten en de jongen nat. Vandaar dat men bij natte jongen en pop ook wel spreekt van de “zweetziekte”. Typisch is de dunne geelbruine diarree waarmee zowel het nest als de pop besmeurd is. De vogels zitten dik en ter hoogte van de cloaca ziet men vaak aangekoekte veertjes ten gevolge van de dunne ontlasting. De jongen blijven achter in de groei en bij niet tijdig ingrijpen treedt na 2-3 dagen na het uitkomen sterfte op.

Behandeling dient zo snel mogelijk met een anti-bacterieel geneesmiddel gestart te worden.

Megabacteriose

Megabacteriose is een belangrijke aandoening bij de kanaries, de grasparkieten en de Agaporniden. Lange tijd werd gedacht dat de verwekker een bacterie was, maar recente studies tonen aan dat de verwekker meer de eigenschappen van een schimmel bezit.

De manier van overdracht is nog onbekend, hoewel de orale fecale (mest < > snavel) opname waarschijnlijk lijkt. Symptomen:

– chronisch ziekteverloop

– duidelijk gewichtsverlies ondanks een goede eetlust

– ruw vederkleed

– overgeven van bloed

– diarree met onverteerde zaden

– plotse dood

De behandeling dient plaats te vinden met een schimmelwerend product. Ook zijn er al preventieve middelen in de handel.

Coccidiose

Coccidiose wordt veroorzaakt door een darmparasiet die hoofdzakelijk voorkomt bij kanaries en vinken. De parasiet vermenigvuldigt zich gedurende verschillende cycli in de darmcel, totdat de darmcel openbarst waarde de eieren vrijkomen in de mest en nieuwe vogels kunnen besmetten. Bij zware infecties vermageren de vogels en hebben ze af en toe een lichte diarree.Sterfte komt echter zelden voor!

De behandeling dient plaats te vinden met een antiparasitair middel.

lijn

tipTIP

Op 31 oktober eindigde de zomertijd. Heeft u al uitgerekend welke gevolgen het heeft voor uw vogelhobby als de klok een uur terug wordt gezet………….

Hoe laat ging het licht op 1 november uit in uw hok?

lijn

Vogeltje wat zing je vroeg

De tijd gaat snel en het jaar is voorbij voor je er erg in hebt. Zo begin je vol goede moed aan de kweek en zo zoek je alweer vogels uit voor de komende tentoonstellingen. Als kweker van alleen glosters heb je je maar op één ras te concentreren. Jaarlijks kruipen er bij mij tussen de 50 en 60 jonge glosters uit het ei. Het ene jaar heb je wat meer gladkoppen en het andere jaar wat meer kuiven. Ook de verhouding mannen en poppen is over het algemeen 50%. Uit die 50 vogels worden de vogeltjes voor de tentoonstelling geselecteerd.

Als (kleine) kweker speel ik dan met ongeveer 10 vogels mee: 6 kuiven en 4 gladkoppen, maar dat kan ook andersom zijn. Vorig jaar heb ik geluk gehad om wat meer kuiven te kweken. Zodoende kon ik met een redelijk aantal goede kuiven aan de diverse shows beginnen. Het leuke van de glostershow vind ik om het op te nemen tegen de zogenaamde “grote” kwekers. Hier tussen zitten er een aantal die veel meer keus hebben en uit zo’n 150 tot 200 of nog meer vogels kunnen kiezen. Wat een weelde. Dan denk je bij jezelf: als ik de ruimte had, dan…………

Als dan echter op een glostershow, waar ruim 700 glosters mee doen, een kuifvogel van mij door de keurmeesters als de beste gloster corona wordt uitgezocht, dan geeft dat een enorme voldoening. Want laten we eerlijk zijn: om één keer kampioen te mogen worden op een grote glostershow met allemaal topkwekers om je heen is toch geweldig. Je vindt het heerlijk om er eens echt helemaal bij te horen.

Het komt je echter niet aanwaaien. Je moet er wel wat voor doen. Juist als je met 10 tot 12 poppen kweekt is het bittere noodzaak om heel streng te selecteren naar aanloop van een nieuw kweekseizoen. Ik kweek in familieverband dus het is zaaks goed je administratie bij te houden. Elk seizoen opnieuw moet je heel kritisch zijn en steeds opnieuw bij jezelf te rade gaan:

– welke vogels doe je weg?

– welke vogels ga je gebruiken?

– wat mist die ene vogel?

– wat heeft die andere vogel extra?

Je hoort wel eens zeggen dat je goede gladkoppen moet hebben om goede kuiven te kweken. Als je die dan hebt is het de kunst om de juiste koppeling te maken. Zo kun je nog wel even doorgaan. Natuurlijk komt er ook een dosis geluk bij. Ook de vogel moet de vorm van de dag hebben. Als je ze goed hebt moet je echter alles in het werk stellen om ze goed te houden, al blijft het moeilijk. Het lukt je niet ieder jaar, maar als het lukt en je kweekt een kampioen, dan kan het voorlopig niet meer stuk en probeer je nog jaren deze lijn vast te houden.

Geduld is een schone zaak en dat moet je hebben om een goede gloster te kweken. Als er dan na jaren arbeid een kampioen uitrolt, mag je best een beetje trots zijn en net als de vogels zingen van blijdschap. Misschien bent u het dit seizoen wel en horen wij u op een van de shows zingen. Veel succes!

Kuifje

lijn

tipTIP

Couscous wordt in deze periode door veel vogelkwekers gebruikt. Het is een gemakkelijk middel om in geweekte vorm het zachtvoer rul te maken. Let er echter wel op couscous minstens 15 min. in ruim water te laten wellen !!! Tekort wellen betekent dat het vocht opneemt in het vogellichaam. Dit kan nare gevolgen als verstoppingen teweeg brengen.

lijn

Vogeltje wat zing je vroeg.

Als ik bovenstaande zin lees, denk ik aan begin januari. Bij iedere kanariekweker begint het dan te kriebelen. De kweek is in aantocht en dat is voor iedere liefhebber het allermooiste en belangrijkste in een vogelseizoen.

Natuurlijk zijn er vroege kwekers die al in december en begin januari jonge vogels hebben rondvliegen, maar het gros van de liefhebbers begint later met de kweek. Wat is de beste tijd om te beginnen? Volgens mij is dat voor iedere kweker anders. De een kweekt met 10 tot 15 poppen; de ander heeft er 20 tot 25. Ook zijn er kwekers die met 50 of 75 of zelfs met nog meer poppen kweken. Dit heeft voornamelijk te maken met de beschikbare ruimte. De een kweekt op een zolderkamertje en een ander in een onverwarmd schuurtje van 2×2. Weer anderen bezitten een speciale ruimte met verwarming en een moderne lichtinstallatie. Er zijn er zelfs die een waar vogelpaleis bezitten met personeel. Daar geeft gelukkig iedere kweker zijn eigen invulling aan. U weet allemaal dat het broedrijp worden van een pop niet alleen met warmte maar alles met licht te maken heeft. Zelf begin ik half maart als de lichturen zijn opgebouwd tot 14/15 uur en er een constante temperatuur heerst van 12 tot 15 graden. De mannen zingen dan uit volle borst en de poppen beantwoorden dit met hoge pieptonen. Tegen die tijd worden de poppen in de broedkooi gezet en voorzien van nestmateriaal en dan maar afwachten wat er gaat gebeuren. De ene pop is de andere niet. Er zijn poppen die direct beginnen te bouwen, er zijn er ook die het nestmateriaal door de hele kooi slepen. Weer andere poppen doen helemaal niets (dat zijn juist de favorieten) en vinden het wel goed zo. Is er een nest gebouwd, dan laat ik er tegen de avond een man bij die ik voor de pop heb uitgezocht. En dan..…………………………. moet het gebeuren. Vergeet het maar of de pop doet niets of de man laat het afweten maar waar je op zit te wachten gebeurt niet. Geduld is een schone zaak zei mijn grootmoeder altijd, dus laat je het samengestelde koppel de komende nacht bij elkaar. ‘s Morgens ontdek je in de meeste gevallen dat de uitverkoren koppels rustig zijn en elkaar hebben geaccepteerd. Op een paar enkelingen na, die zitten elkaar als wilden achterna. Deze laatste haal je uit elkaar en je probeert het enkele dagen later nog eens.

kwekerstips1Bij enkele koppels kun je nu wat paringen waarnemen. Bij anderen zie je hier niets van; dus afwachten maar. Als er na een week eieren gelegd worden is het weer wachten. Zou dat nestje bevrucht zijn en hoe zit het met dat andere nest? En dan blijkt na ruim een week dat het koppel waarbij je de paring hebt waargenomen onbevruchte eieren heeft en u raadt het al, bij het paar waar je er niets van hebt gezien zijn de eieren bevrucht. De pop die onbevruchte eieren had, zet je een dag of tien later nog eens en dan lukt het meestal wel. Naar mijn bescheiden mening gaat het zo in veel vogelverblijven en mogen wij ons gelukkig prijzen als er na de kweek een redelijk aantal vogels op stok zit. Wel leer je hier van om vooral rustig te blijven en dat je geduld moet hebben. De natuur kun je niet dwingen en buiten wat kleine kunstgreepjes hier en daar moet je de natuur zijn gang laten gaan. Althans dat zijn mijn ervaringen. Misschien denkt u er anders over? Laat u dat dan de volgende keer maar eens horen!

Kuifje.

lijn

kwekertips2Het nut van toevoegingen

Een mooie gloster in ons hok springt er altijd weer uit. Als we in ons hok komen, is hij of zij het eerste waar we naar zoeken. Liefst zouden we er zo nog 25 op stok hebben, maar meestal gaat dat niet op.Toevallig gebeurt het meestal dat de koppels waar deze uitkomen maar twee jongen hadden of de favoriete man is een vechtersbaas of de pop wil op het juiste moment haar kont niet optillen. De jongen worden net door DIE koppels slecht gevoerd of komen moeilijk door de rui heen. Wat een ellende allemaal. Zelf ben ik van mening dat wanneer in de juiste periodes van een vogeljaar (seizoen) de voeding die we normaal het gehele jaar door aan onze vogels verstrekken aanpassen met bepaalde toevoegingen, gericht op de cyclus die op dat moment plaatsvindt, dit hele goede resultaten kan hebben.

Wat mij zelf betreft heb ik afgelopen jaar heel goede resultaten gehad met de producten van The Birdcare Company. Deze firma heeft zich puur gericht op kwalitatief hoogwaardige supplementen op natuurlijke basis. In Engeland zijn zij al veel langer bekend

Zij hebben een heel gamma van artikelen, maar de belangrijkste voor onze sport zal ik er even uit vissen:

CALCIVET: naar mijn mening het meest effectieve calciumpreparaat. Het unieke er van is dat het vloeibaar is en wordt toegevoegd aan het drinken. Bij mij resulteerde dit in grotere nesten, prima eischaal en geen windeieren.

PROBOOST SUPERMAX: een zeer hoog proteïne preparaat met speciale mineralen en vitamine E om de vruchtbaarheid van man en pop te bevorderen. In mijn geval procentueel weinig onbevruchte eieren, snel en goed opkomen van de jongen

DAILY ESSENTIALS 3: een dagelijkse portie vitaminen die er voor zorgt dat de vogels niet vervetten met als gevolg in de tweede ronde onbevruchte eieren.

Heel veel kwekers doen het ieder jaar uitstekend, maar uit hoeveel koppels en hoeveel ronden? Hoeveel eieren of jongen leggen zij over om de rondes korter op elkaar te laten volgen? Als de vogels in de juiste conditie zijn met voldoende reservestoffen (dat zien wij niet aan de buitenkant) moeten we minimaal in 2 ronden 6 jongen per vogel op stok krijgen. Dit is geen gemiddelde over het gehele hok, maar bij de minst producerende vogel.

Indien u wat meer informatie wenst, kunt u altijd contact met mij opnemen.

Bas van der Ree

lijn

De knuppel in het Glosterhok !

Het onderstaande artikeltje is een stukje door mij geschreven waarin ik mijn persoonlijke kijk op onze hobby wil opschrijven en is beslist niet het gezamenlijke standpunt van de Glosterclub.Het is uitsluitend de mening van mij over de wijze hoe ik naar mijn liefhebberij kijk.

De grootte, of grote of TE GROOTTE van ons minivogeltje de Gloster.

Staat er niet beschreven in de diverse standaardeisen wereldwijd, dat we het hebben over een miniatuurvogeltje dat een levendige en gezonde indruk moet maken?

Als ik de laatste jaren langs de stellingen loop van de diverse tentoonstellingen in Nederland, maar ook in België en Engeland, begint er toch een beetje een gevoel te komen bovendrijven van “wil ik dit wel?”. Ik loop dan verder en heb het gevoel dat bij iedere stap die ik zet de vogels groter en groter worden. Ik rommel dan maar wat aan mijn bril, kijk wel of niet door het leesgedeelte, vraag me af of ik mijn pillen vanochtend wel heb ingenomen tegen de hoge bloeddruk, want dan ga je het ook wat anders zien. Even later moet ik dan concluderen dat geen van de excuses helpt. INDERDAAD onze Gloster wordt groter en groter.

Natuurlijk, je ziet prijswinnende vogels met vaak een schitterende mooie grote kuif, kop etc. Inderdaad op een wat grotere vogel staat dat zo mooi.

Op een klein smal vogeltje, staat geen grote kuif, of staat geen brede ronde kop met het liefst nog wat wenkbrauwen.

Veel van deze grote vogels beginnen dan ook nog eens een baal veren te laten zien, zodat je denkt zit ik nu bij de verkeerde klasse te kijken en moeten het geen Norwich of Crest zijn.

Waar is ons mooie korte gedrongen kleine vogeltje gebleven, dat monter in zijn kooitje zit en heen en weer hipt van stokje naar stokje? Het vogeltje dat niet als een bol wol op zijn stok ligt, met hangende vleugels etc.? Toch krijgt die vogel tegenwoordig wel de punten.

Ook in het buitenland zie je momenteel dat de grotere vogels de aandacht en veelal de punten krijgen.

Is het geen mooie uitdaging om weer te proberen de complete kleintjes te kweken? Ook die kunnen vol een rond zijn, maar allemaal naar verhouding. Het zal moeilijker zijn om ze te kweken, maar de voldoening des te groter. Hoe vaak roept de prijswinnende kweker zelf niet van “hij of zij is mooi, maar van het goede eigenlijk iets te groot”. Nogmaals ik gun absoluut de kwekers die winnen hun prijzen, want je moet ze zo maar eens zien te kweken. Maar toch…..

Ook de keurmeesters hebben het niet makkelijk Ook die zien wel dat vaak de grotere vogel alles heeft. Toon nu eens het lef om toch voor de iets mindere kleinere te gaan; mooi rond, strak van bevedering en een goede kleur.

Zo ik ben het kwijt, de knuppel ligt in het Glosterhok,

Ben Mense

lijn

Een goede tip is nooit weg

Zoals zoveel vogelliefhebbers ging ik ook dit jaar weer naar de bondsshow 2003 in Apeldoorn. Allereerst natuurlijk om je favoriete vogels te bekijken en als glosterkweker zijn dat de vogels die je meteen na binnenkomst gaat opzoeken. Al snel ontmoet je daar meerdere collegakwekers en de discussie over de gekeurde vogels is begonnen.

De keurmeesters komen er meestal niet zo goed vanaf, uiteindelijk zijn wij kwekers ook de beste keurmeesters. De ene vogel had meer punten moeten hebben en een andere juist weer minder.

Het wordt steeds gezelliger en voor je het weet is er zo een paar uur voorbij en wordt het tijd voor een hapje en een bakkie koffie.

In de namiddag worden er inkopen gedaan en slenter je langs de vele stands waar de ene handelaar zijn spullen net weer even goedkoper verkoopt dan de andere, dus goed opletten wie de goedkoopste is; nieuwe waterflesjes, zitstokken nestmateriaal enz.enz. Over dit laatste onderwerp , het nestmateriaal wil ik het volgende aan u kwijt.

Met de broedtijd voor de deur, (bij mij is dat eind maart) moet er nestmateriaal gekocht worden. Voor de inrichting van de broedkooi maak ik al jarenlang gebruik van plastic pijp. Deze pijp heeft een diameter van 10,5 cm. De lengte van de pijp zaag ik af op 12 cm.

Deze plaats ik in het midden van de broedkooi. Hierin laat ik een stenen broedbakje zakken en dat past precies in de 10,5 cm opening van de plasticpijp. Voor de aankleding van het stenen broedbakje kocht ik altijd van die voorgeperste en geknipte viltnestjes. Deze gebruikte ik i.v.m de hygiëne maar één keer en voor de 2e ronde deed ik er weer een nieuw nestje in. Dit voldeed altijd prima en ik was dan ook niet van plan om hierin verandering aan te brengen; dus weer op zoek om viltnestjes aan te schaffen.

Voor het echter zover was kreeg ik een tip van een bevriende kweker die ook stenen broedbakjes gebruikt maar geen viltnestjes.

In plaats hiervan zo vertelde hij mij werden koffiefilterzakjes gebruikt en dat beviel hem uitstekend. Na enig overleg werden er door mij dus geen viltnestjes meer gekocht.

Thuisgekomen ging ik de volgende dag naar de supermarkt en kocht er koffiefilterzakjes nr. 4 in de bruine kleur. Er zijn tegenwoordig twee kleuren: wit en bruin, die laatste kleur leek mij het beste alhoewel wit natuurlijk ook te gebruiken is.

Voor de prijs van slechts 39 eurocent kwam ik in het bezit van 80 filterzakjes. Ruim voldoende voor het gehele broedseizoen.

Direct uitproberen en tot mijn verrassing paste het koffiefilterzakje precies in het stenen broedbakje.

Er bleef zelfs een flap van ongeveer 1,5 à 2 cm aan de bovenkant van het zakje over. Dit flapje vouwde ik over de rand van het stenen bakje.

Aan de binnenkant van het koffiefilterzakje streek ik met een Pritt-stift wat lijm, dit om hierin wat nestmateriaal vast te plakken.

Het nestje zag er perfect uit en ik was uitermate benieuwd of mijn poppen er ook zo over dachten, dus nog even geduld.

Toen de poppen zover waren en overgingen tot nestelen werden de nestjes door allemaal zonder uitzondering geaccepteerd.

Ze bouwden er lustig op los en er ontstonden op die manier keurige nestjes waarin ook de jongen het uitstekend naar de zin hadden.

De volgende voordelen schreef ik voor u op.

1e 80 stuks zeer voordelig in aanschaf.

2e Doordat het nest midden in de broedkooi staat, geen ontlasting meer van de jongen op de achterwand en de zijkanten.

3e De ontlasting van de jongen op de rand van het nest wordt opgevangen op de omgevouwen flap van het koffiefilterzakje. Het stenen broedbakje blijft hierdoor zo goed als schoon.

4e De koffiefilter houdt goed vocht vast bij het benevelen van de eieren in het nest voor het vochtigheidsgehalte.

5e Mogelijk ongedierte is snel op te sporen.

6e Na gebruik makkelijk op te ruimen.

Deze ervaring wil ik graag met u delen en misschien is het ook een goede tip voor u om het in 2004 eens uit te proberen?

Ton Geestman

Reacties zijn afgesloten.