line decor
   Laatst geupdate Tuesday 20-Nov-2007 21:41
line decor
 
 
 
 


vogel jongenelen

In ons kwekersrondje zijn we aanbeland bij A. Jongenelen. Onze laatste kampioen in 2004 woont in Rucphen en kweekt alzolang als hij getrouwd is (24 jaar) vogels.

 

Vogels houden heeft altijd zijn aandacht getrokken. Toen hij 12 jaar oud was ving hij al vogeltjes. Hij kwam ook vaak bij Adrie Heijen, een oom van zijn vrouw.

Aanvankelijk begon hij met wildzang maar er kwamen al vlug een paar kanaries bij in de vorm van een aantal glosters en een fife fancy’s. 1987 was voor hem een apart jaar: hij werd Bondskampioen in Breda, verhuisde en deed al zijn vogels weg!

In 1988 is hij opnieuw begonnen met glosters en crested. Deze rassen heeft hij nu nog steeds, samen  met een paar koppels parijse frisés. De norwich heeft hij ook in zijn hok gehad, maar is op dit moment niet meer aanwezig.

Hij  is lid van diverse vogelverenigingen. Van de plaatselijke vogelvereniging “De Vogelvrienden” uit Rucphen is hij tentoonstellingssecretaris en ringencommissaris. Iedere eerste zondag van de maand wordt er een vogelbeurs georganiseerd die druk bezocht wordt. Daarnaast is hij lid van de NBvV, de ANPV, Speciaalclub voor Vorm- en Postuurkanaries en sinds kort ook van de Eerste Nederlandse Gloster Speciaalclub.

De uitdaging voor de kweek met een gloster is het proberen om zo mooi mogelijke kuiven te kweken. Op dit moment heeft hij 30 koppels in de kleuren groen, blauw, cinnamon en bont. Daarnaast heeft hij ook nog 30 koppels cresten en 6 koppels parijse frisés. Hij heeft de beschikking over twee ruimtes: een kweekruimte van 8,5 m lang en 2,5 m breed, waarvan de voorzijde volledig voorzien is van glas. Daarbij heeft hij ook nog een ruimte van 7 m lang en 3 m breed waarin zich 14 vluchtjes van 1,5 lang en 0,75 m breed bevinden. Hierin zijn een luchtreiniger en een luchtbevochtiger aanwezig. In het dak zitten ventilatoren. De verwarming vindt plaats m.b.v. gevelkachels. Als bodembedekker gebruikt hij in de broedkooien zand en in de vluchten beuken of grenen haksel.

Zijn kweekkoppels stel hij puur op uiterlijk samen: “Deze man krijgt die pop, wat de een mist moet de ander duidelijk hebben”.  Met bepaalde mannen vindt wisselbroed plaats. Het hele jaar wordt hetzelfde zaadmengsel gegeven: een gewoon kanariemengsel met raapzaad. Hij heeft eens een paar jaar postuurkanariezaad gevoerd zonder raapzaad. Toen hij met zijn kanaries naar een tentoonstelling ging, werden deze tijdens de tt gevoerd met een gewoon kanariemengsel. Zijn vogels kwamen totaal uit conditie van de tentoonstelling. Daarom geeft hij ze nu een gewoon mengsel en zijn de vogels aan veel verschillende zaden gewend.  Daarnaast krijgen de vogels ook nog Engels conditiezaad en eivoer. Ook voert hij ze regelmatig wortel en broccoli.

Het broedrijp maken doet hij door de mannen op te kooien en de poppen in de vluchten te laten vliegen. Zijn mannen krijgen in een keer 14,5 uur licht. 14 dagen later krijgen de poppen hetzelfde aantal lichturen. Als de mannen 6 weken deze hoeveelheid licht hebben en de poppen 4 weken, worden de poppen gelijk bij de mannen gezet. 90 % van de vogels gaat gelijk aan de slag.

Als eivoer gebruikt hij op dit moment Cedé, maar hij  heeft in het verleden ook Orlux gevoerd, wat hem ook goed beviel. Bij zijn eivoer geeft hij ook kiemzaad en niet te vergeten eieren. “Ik zweer gewoon bij eieren, hier zit gewoon alles in wat het jong nodig heeft”. Daarnaast voegt hij ook nog calcium en vitaminen toe. De eerste 7 dagen krijgen ze Flagellamix in het drinkwater. Dit is tegen neststerfte en volgens hem een onmisbaar produkt. Hij gebruikt geen enkel antibioticum.

De kweekresultaten worden gewoon in een kweekboek bijgehouden. Enige tijd geleden had hij veel last van zwarte stip bij de jongen. Nu zijn ze erachter wat het is. Het is een besmetting in het vogelhok. Je moet je hok ontsmetten met CID20. Dit is in België verkrijgbaar. Dit zou goed helpen volgens Peter Coutteel”.

Met het wennen aan zelfstandigheid van de jongen heeft hij geen probleem. Als de jongen in de vlucht gaan krijgen ze eivoer en gemalen hard voer. Hier eten ze toch wel snel van.

Het selecteren van vogels voor het volgende broedseizoen vindt plaats op model. Vroeger sorteerde hij op kuiven. Een mooie kuifvogel moest blijven. Nu denkt hij daar anders over. Hij zou dat ook anderen willen aanraden: probeer een goed model te kweken, de kuif komt vanzelf.

Aan training voorafgaande aan een tentoonstelling doet Ad niet zoveel. Belovende kuiven kooit hij op in broedkooien en hij laat ze 1 week voor de show wennen aan de tentoonstellingskooi. Hij zet de vogels ’s morgens in de tt-kooi en laat ze erin overnachten. De andere ochtend zet hij ze weer in de broedkooi. “Dit is voor mij genoeg training voor de show. Dus in totaal 1 dag en 1 nacht in de tt-kooi vind ik voldoende”.

Hij is niet zo’n tentoonstellingsmens. Ze duren hem te lang. De eendagsshows vindt hij geweldig. ’s Morgens erheen en ’s avonds weer thuis. Voor de baas vermoeiend maar voor de vogels het beste.

Hij kijkt met trots terug op het afgelopen jaar: hij won in Hoofddorp onze clubmatch met een blauwbonte corona pop. “Er waren ruim 900 glosters aanwezig en als mijn vogel daarvan de beste is, mag ik toch wel trots zijn. Dit was voor mij een geweldig resultaat”. Bij de ANPV behaalde hij vorig jaar ook de eerste en tweede plaats. Bovendien is hij met zijn glosters al twee keer bondskampioen geweest in Apeldoorn.

Hij  is nog maar sinds vorig jaar lid van onze club. Hij is lid geworden om de club te steunen en het verzorgde clubblad sprak hem wel aan. Hij kent de ENGS dus nog niet zo goed, mist op dit moment ook geen zaken. De tentoonstelling vond hij mooi. Hij heeft veel kwaliteit gezien. Hij vindt wel dat er bij 900 vogels best een keurmeester bij kan (wordt aan gewerkt Ad > redactie). Dan zijn de keurmeesters ook eerder klaar en kunnen de liefhebbers wat langer naar de vogels kijken en met elkaar discussiëren.