line decor
   Laatst geupdate Tuesday 20-Nov-2007 21:47
line decor
 
 
 
 


Ad Turkenburg is een goeie bekende in ons midden. Hij is een regelmatige inzender op onze jaarlijkse tentoonstelling en als het enigszins kan is hij aanwezig op onze vergaderingen. Hij heeft ook een ruime ervaring met het kweken van vogels, want al in 1959 is hij met de vogelhobby begonnen. Een oom van zijn vrouw was een fanatiek vogelkweker en hij was van mening dat in ieder huis minstens 1 kanarie aanwezig moest zijn. De toen nog piepjonge Ad kwam hierdoor gratis in het bezit van een kanarie. In de loop van de jaren heeft hij heel wat verschillende kleurkanaries gehouden, waaronder de klassieke kleuren zoals goudgroen, agaat en isabel. Hij heeft zelfs samen met zijn vrouw diverse tropensoorten gekweekt.

Zijn thuisclub is v.v. De Diamantvink in Roelofarendsveen met een eigen clubgebouw en veel gezelligheid. Op de tentoonstellingen van deze club is een grote variatie aan vogels te zien. Dit jaar wordt hier ook de districtstentoonstelling van Zuid-Holland georganiseerd. Tevens is Ad naast lid van de ENGS ook lid van de Speciaalclub Vorm- en Postuurkanaries en de ANPV.

Hij kreeg interesse voor glosters doordat hij ze tegenkwam op tentoonstellingen. De rust en de schoonheid straalde ervan af. Na informeren bleek dat er een speciaalclub voor was, waar op de tentoonstellingen meer dan 100 glosters werden tentoon gesteld. Doordat hij telkens werd geconfronteerd met samenvoegingen doordat er te weinig vogels in de diverse klassen waren, is hij deze speciale tentoonstellingen gaan bezoeken en was de keuze niet moeilijk om over te gaan op de glosterkweek. Jaren later zijn hier borders bijgekomen, zodat er nu zowel glosters als borders in het hok van Ad te vinden zijn in allerlei kleuren: van groen tot isabel. Een leuke ervaring die hij in de beginperiode meemaakte was dat in een nestje van 2 groene ouders 4 jongen lagen: 2 groenen en 2 bruinen.

De glosters kweekt hij in 28 kweekkooien, waarbij hij gebruik maakt van max. 15 mannen. Zo kweekt hij ieder jaar ongeveer 130 jongen. In de kweekruimte van 6 x 3 meter zijn aan de ene zijde de 28 glosterkooien en 16 borderkooien te vinden. Aan de andere kant zijn 7 vluchtjes van 80 cm breed en 100 cm lang met daaraan nog de mogelijkheid van buitenvluchtjes van 100 cm. In de zomer zijn die dubbele vluchten zeer praktisch en gezellig in de tuin. Zijn vogels zijn buitenvogels totdat de tussendeur afhankelijk van de buitentemperatuur en vochtigheid dichtgaat. Dit gebeurt meestal zo rond 15 oktober. Op de bodem liggen in de broedperiode kattenbakkorrels. Buiten deze periode beukensnippers. Ionisatoren hebben plaats gemaakt voor de stofzuiger. Tijdens de ruiperiode is dit beter voor de vogels en voor de baas.

Zijn kweekkoppels stelt hij als volgt samen: de koppels die mooie jongen hebben voortgebracht komen weer bij elkaar. Via lijnenteelt zoekt hij voor ongeveer 10 mannen 20 poppen uit, die tevens goed van bevedering en kleur moeten zijn. Pas aangekochte vogels (ongeveer 5 per jaar) koppelt hij na iedere ronde met een andere partner. Deze koppelingen geven maar zelden een verbetering van kwaliteit maar zijn noodzakelijk voor een bepaalde kleurslag. Hij past wisselbroed toe, m.u.v. poppen die een bepaalde man weigeren; die houden een vaste man.

Ad voert het hele jaar door een vaste samenstelling  van zaad. Het hoofdbestanddeel is 50 kg Witte Molen “Zwart” aangevuld met 15 kg witzaad en 25 kg van diverse andere zaden (een 15-tal soorten).

Het broedrijp maken van de vogels gebeurt op de natuurlijke manier. In de rustperiode krijgen de vogels ongeveer 10 uur licht. Na de showperiode begint hij direct met het verlengen van het licht, zodat de mannen (die voor de lampen zijn gehuisvest) in de broedkooien gelijk in broedconditie zijn als de poppen in de binnenvluchtjes die over minder licht beschikken.

Tijdens de kweek gebruikt Ad Cede als zachtvoer, aangevuld met Birdmax, zeealgen en Gistocal. Dit wordt afwisselend rul gemaakt met honing of vruchtensiroop. De kweekresultaten worden na een paar jaar met een PC aan de slag te zijn geweest nu weer ouderwets in een kweekschrift bijgehouden.

Poppen met jongen van ongeveer dezelfde leeftijd gaan na ongeveer 18 dagen in de binnenvluchtjes, waarbij poppen met nestdrang worden uitgevangen. De mogelijkheid is er om jongen die bijgevoerd moeten worden te scheiden van de poppen, die dan door het gaas de jongen nog bij kunnen voeren. Hij geeft de vogels dan ruim eivoer met blauwmaanzaad. Na ongeveer 28 dagen gaan ze over op ongemalen graan. Sterfte komt bijna niet voor.

Voor de selectie voor “eigen gebruik” kiest Ad vooral uit de eerste jongen die er dan veelbelovend uitzien. Mede bepalend is ook de te volgen kweeklijnen. Hij gebruikt veel overjarige vogels waarvan de kweekresultaten al bekend zijn.

De gewenning van de vogels aan de komende tentoonstellingen gebeurt intensief. Jonge kuiven die er goed uitzien gaan in de broedkooi met een tentoonstellingskooi voor een paar uur aan het front. Ook de gladkoppen die in de vluchtjes blijven hebben een tt-kooi voorhangen. Lekkere hapjes in de tt-kooien vormen de lokkertjes. Het tentoonstellingsseizoen wordt begonnen met de jongvogeldag en beëindigd met de Rayonshow in Oud-Beijerland. Daartussen zitten de shows in Elst, Hoofddorp en sinds kort de Twentse Glosterdag. In Goirle doet Ad ook wel eens mee.

Bij alle shows is hij meerdere malen kampioen geweest. Waar hij best een beetje trots op is, is zijn overwinning in 1995. Hij durfde bijna niet naar de tentoonstelling van onze club, omdat hij dacht er niets te zoeken te hebben: ”Al die toppers die regelmatig hun bestand aanvullen met goede vogels uit Engeland…… . Bert Munneke, die een paar gebruikte veren plantte om mijn vogels op te waarderen, had het gelijk aan zijn zijde: ik werd algemeen kampioen bij de kuiven” .

Ondanks het vele plezier dat Ad heeft met zijn vogelhobby geeft hij ook aan het jammer te vinden dat sommige inzenders en bezoekers van tentoonstellingen altijd weer vogels afkraken die in de prijzen vallen. Anderen “verketteren” keurmeesters die hun werk niet goed doen. “Ook ik heb wel eens een andere mening, maar ik vraag een goede kweker om zijn mening en dat maakt me scherp”.

Over de ENGS heeft hij een duidelijke mening: “Het is een goed clubje met zeer goede keurmeesters. Als Engelse keurmeesters mijn vogels keuren ben ik vaak tevreden als deze kenners mijn vogels waarderen met een plaatsing 3, 4 of 5. Bovendien komen op de tentoonstelling minder bekende kleurslagen aan bod zoals agaten en isabellen, welke ik de mooiste vind in mijn vluchten”.

Binnen de ENGS mist Ad  wel de voorlichting. Hij zou graag zien dat er meer zaken binnen de club gebeuren, zoals bijv. een jongvogeldag, vogelbesprekingen e.d. Het clubblad is volgens hem meer een mededelingenblad. Hij mist hierin de promotie naar de beginner. Dit zou drempelverlagend kunnen werken.

De laatste tentoonstelling vergeet Ad niet snel. Hij had redelijk gespeeld en kwam met een goeie gratis gloster thuis die de ENGS verloot had onder alle medewerkers aan de tentoonstelling.