
Arie is in
de jaren 70 begonnen met het houden van vogels. In het begin had hij
strogele kleurkanaries en later is hij postuur gaan houden waaronder
norwich, borders, cresten en glosters. Ook heeft hij in zijn jeugd
duiven gehouden. Na zijn trouwen werd het te duur om weer met duiven
te beginnen en heeft hij wat vogels gekocht voor in een volière.
Nu heeft
hij geen norwich, borders of cresten meer. Arie heeft zich totaal
gericht op het houden van glosters. Dit is het vogeltje waarop hij
na het zien van enkele exemplaren op een show in Ochten van Jan v.
Kuilenburg, verliefd werd. Hij heeft toen gelijk een paar koppels
aangeschaft. Nu heeft hij bijna alle kleurslagen: groene, bruine,
gele en witte en alle bonten hiervan.
Zijn
vogels zijn gehuisvest in een ruimte van 7 x 3 meter. Aan de lange
kant staan 65 broedkooien van 50 cm lang, 35 cm hoog en 40 cm diep.
Deze kooien kunnen worden vergroot door er een schuif tussenuit te
halen. Hierdoor ontstaan kooien van 1 meter lengte waar de jongen
inkomen om te trainen.
Aan de
andere kant staat een keukenblok van 2.20 meter lang met daarnaast
een kachel om het hok in de winter warm te houden. Aan het eind
daarvan staat een vluchtkooi van 2 meter lang die onderverdeeld is
in 5 lagen van ieder 2 meter lang , 40 cm hoog en 50 cm diep.
De
kweekkoppels worden samengesteld vanuit zijn kweekboek. Hij kijkt
naar afkomst en of er intensief in de lijn is gekweekt. Dat moet
volgens hem 1 keer in de 4 jaar tijd voor het behoud van een strakke
bevedering. Verder kijkt Arie naar de grootte en de de verhoudingen
onderling. Wat de een tekort komt probeert hij aan te vullen met wat
de partner teveel heeft. “Het gaat immers om de balans te vinden
die je nodig hebt om een goede gloster op stok te krijgen” volgens Arie. Om de bevedering wat zachter te krijgen gebruikt hij
ook bruine glosters.
Zijn
vogels krijgen het hele jaar door Witte Molen postuurzaad. Als
opfokvoer gebruikt hij Cede. Dit alles zonder speciale toevoegingen.
In de ruiperiode krijgen de vogels om de andere dag eivoer met 2
hardgekookte eieren erin en een hand gekookte rijst. Een maal in de
week krijgen ze wat vitamine in het drinkwater. Op de bodem van
kweekkooien en vluchten ligt schelpenzand als bedekker.
Het
broedrijp maken van de vogels doet hij door de lichtinstallatie van
10 uur licht op te voeren naar 16 uur licht per dag. Hier begint hij
6 weken voor de kweek mee en gelijktijdig voert hij de verwarming op
naar de 20 graden.
Arie past
wisselbroed toe en gebruikt soms wel een man op 3 of 4 poppen. Als
de jongen het nest verlaten hebben en zelf al wat eten, gaan ze in
een vluchtkooi met een goed voerende man erbij. Hij geeft ze dan
voldoende eivoer en een schijfje appel erbij. Dat lusten ze altijd
wel. Hij geeft ook vaak badwater omdat ze daar veel behoefte aan
hebben. Het verenpikken weet hij te voorkomen door de vogels ruim te
huisvesten en met wat touwtjes aan de tralies. Hier spelen ze mee.
Door wat coladoppen in de vluchten te leggen zijn de vogels met
andere dingen dan elkaars veren bezig.
Ondanks
het feit dat Arie een mooie site over glosters heeft (http://www.avdkliftglostersite.eu)
gebruikt hij niet een computerprogramma, maar houdt hij zijn
kweekadministratie lekker ouderwets degelijk bij in een
kweekschrift.
Selectie
van kweekvogels vindt vaak al plaats als de jongen op de rand van
het nest zitten. De eerste uitschieters worden dan genoteerd en die
komen bijna zeker weer terug als ze volwassen zijn.
Het
trainen richting de tentoonstellingen gebeurt door aan de
vluchtkooien tt-kooien te hangen. De vogels die eruit springen kooit
Arie wat vaker op. Tentoonstellingskooien met deze vogels worden wat
vaker opgepakt en er wordt mee heen en weer gelopen en op een andere
plaats gezet om de vogel eens goed te bekijken.
Hij is lid
van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers, de Algemene Bond, de
Postuurclub, de Belgische Bond, de ANPV en de Eerste Nederlandse
Gloster Speciaalclub. Tijdens het tentoonstellingsseizoen bezoekt
hij met zijn glosters de jongdierendagen zoals van de ANPV, Elst en
Zuid-Holland. Verder doet hij mee in Den Haag, de Glosterdag in
Elst, de Glosterdag in Hoofddorp, de Kempentrofee in België en de
Kerstshow in Elst.
Een leuke
ervaring had hij een keer op de show in Veenendaal. Hij had toen
twee koppels Norwich waar hij vijf vogels van had gekweekt. Er was
maar een vogel die aan zijn eisen voldeed en die stuurde hij ook in.
Tot zijn verbazing werd deze vogel kampioen en de mooiste vogel van
de show!!
Ondanks
het feit dat hij soms wel eens wakker ligt van de tentoonstellingen
in Hoofddorp (“Dit zijn voor mij topdagen, daar lig ik wel eens
wakker van”) beleeft Arie veel plezier aan zijn vogelhobby. Met
name het kweekseizoen vindt hij elk jaar weer een belevenis. Minder
leuk aan onze hobby vindt hij de prijs die sommigen op dit moment
voor een vogel vragen: “Die prijzen rijzen de pan uit….”.
Over het
clubblad is hij van mening dat dit vroeger beter was. Het zat beter
in elkaar en de verhalen en foto’s waren beter. Over de ENGS is hij
lovend: “De Engelse club brengt de top bij elkaar. Het onderlinge
contact is er heel goed. De Engelse veiling heeft al heel wat
liefhebbers dichter bij de top gebracht. De keuring vind ik perfect
en de vogels zijn maar een dag van huis. Jongens: bedankt!" |