
Gerrit
is zo’n 20 jaar geleden begonnen met het houden van tropische vogels
in een dicht begroeide volière. Hierin vlogen o.a. Californische
kuifkardinaaltjes, nachtegalen en diamantduifjes. Over de grond
scharrelden wat Chinese dwergkwartels. Een paar jaar later kocht hij
zijn eerste gloster en norwich. Deze laatste postuurvogel heeft hij
enkele jaren gehad. Hij had goede kweekresultaten ermee. In die tijd
werkte zijn vrouw Christina wat dichter bij huis, waardoor zij
overdag de jongen van de norwich de eerste twee dagen bij kon
spuiten. De jongen kregen daardoor meer kracht om de pop omhoog te
drukken zodat die goed begon te voeren. Toen de norwich weg waren is
hij met borders begonnen.
Gerrit
is lid van de vogelvereniging in Joure, de ENGS, de ANPV, de
Belgische postuurclub en de Postuurkanarie. Op dit moment heeft hij
alleen nog borders en glosters. De laatste spreekt hem aan omdat het
een mooi lief vogeltje is. Hij is een echte “kuiven-man”. Een mooie
kuif op een gloster spreekt hem heel erg aan. Over het algemeen
heeft hij groene glosters. Hier en daar vliegt een blauwe en een
intensieve vogel in zijn hok.
Hij
kweekt met ongeveer 25 koppels glosters en 12 koppels borders. Een
enkele keer past hij wisselbroed toe. Liever kweekt hij echter
koppelsgewijs. Het hok waarin gekweekt wordt is van hout. Het is 5
meter breed en 4 meter lang met een puntdak incl. zolder waarop al
het vogelmateriaal opgeslagen kan worden. Tevens heeft hij de
beschikking over een aanrecht en stromend water.
De
gehele ruimte is betegeld en daardoor makkelijk schoon te maken. Op
de vloer liggen plavuizen. De broedkooien staan in L- vorm.
Deze staan 3 hoog en daaronder zijn vluchtjes gemaakt. Het hok wordt
verwarmd door een gaskachel. Tijdens de kweekperiode staat deze op
17/18 graden. In een zijwand hangt een ventilator die om het
kwartier een kwartier wordt ingeschakeld.
Achter
in de tuin staat nog een hok van 4 meter breed, 2 meter lang en 2
meter hoog van steen en damwandprofiel. De voorkant hiervan is
helemaal open. Hier komen de oude vogels in na de broedperiode. Het
licht wordt door een te programmeren klok bestuurd.
Bij de
samenstelling van de kweekkoppels let Gerrit op de kleur en de
bevedering. “Je probeert de koppels zo samen te stellen dat de
ene vogel de ander aanvult qua type. Bepalend voor een gloster zijn
naast de ideale vorm, de kleur en de bevedering. Voor de
samenstelling van de koppel maakt het me niet uit of de man dan wel
de pop een kuif heeft.”
Voor het
kweekseizoen zet Gerrit de mannen eerst in de broedkooien omdat zij
meer licht nodig hebben. De poppen zitten dan onder in de vluchten.
In januari wordt de klok ingesteld. Eind februari moet het 15 uur
licht zijn in de kweekruimte . Uitgeteld wordt hoeveel dagen dat is
vanaf begin januari. Zitten er bijv. 45 dagen tussen, dan berekent
de klok met hoeveel minuten per dag het licht verlengd moet worden.
Als de pop echt klaar is om te gaan kweken, wordt ze bij de man
gezet.
Gerrit
gebruikt voor zijn vogels zowel Teurlings postuurzaad als Teurlings
conditiezaad. Het eivoer is van Orlux. In de kweekperiode doet hij
kiemzaad en geraspte wortel door het eivoer. Tevens gebruikt hij een
probiotica en een darmconditioner (biodigest van Orlux). In de
rustperiode (als de vogels door de rui zijn) krijgen ze 3x per week
eivoer zonder kiemzaad. Hij maakt het rul met couscous. Als
groenvoer krijgen de vogels: broccoli, andijvie, witlof en appel.
Uit de natuur komen de paardebloemen, hondemuur, graszaden en
zuring.
Als
bodembedekker worden houtkrullen gebruikt. Dat bevalt prima. Het
gaat minder snel schimmelen en stinken dan bijv. zand omdat de
vogels elke week badwater krijgen. Voordat het bad aan de kooi wordt
gehangen worden eerst alle zitstokjes schoongemaakt en worden de
“vuile” houtkrullen verwijderd. Hierop komen schone houtkrullen of
alles wordt vervangen. Houtkrullen geven ook het voordeel dat als er
met de broed eens een jong uit het nest valt, hij/zij niet in het
zand ligt te happen. Het vogeltje koelt ook minder snel af.
Gerrit
houdt zijn kweekadministratie bij in een mooi ingebonden kweekboek.
Dit heeft hij van een collegakweker: Toon Tielen. “Het kweekboek
heb je altijd bij de hand, je hoeft het niet eerst op te starten
zoals een computer”.
Het
veren pikken voorkomt hij door in alle vluchten touwtjes te hangen,
waaraan de vogels kunnen trekken. Ook spant hij een touwtje door de
vlucht waarop de vogels kunnen balanceren en daardoor hun teentjes
flink moeten samenknijpen om op het touwtje te blijven zitten. Dit
is een goede oefening die de ontwikkeling van de pootjes ten goede
komt.
Selectie
van de vogels begint in de vakantieperiode. Vooral de corona’s komen
apart in de broedkooien. Dit om te voorkomen dat de kuiven worden
beschadigd. Tevens worden enkele gladkoppen die opvallen apart
opgekooid. Er kan dan nog gewisseld worden als een vogel
uiteindelijk toch tegenvalt of eerder nog: wanneer er in de vlucht
een later jong zit, die er uitgeruid nog beter uitziet.
Toen
Gerrit begon met vogels wist hij nog weinig van ongedierte, totdat
hij erop geattendeerd werd dat de vogels vedermijt hadden. Alle
vogels werden toen ingespoten met Birdspray. “Als je zag hoe de
vogels toen over de grond rolden!”
Nu
worden de vogels regelmatig met Birdspray ingespoten. Ook worden de
kooien regelmatig ingesmeerd. De ene keer met Ocepou en dan weer met
U3. Er wordt regelmatig gewisseld van bestrijdingsmiddel, anders
bestaat de kans dat het ongedierte immuun wordt. Voor de kweek
worden ook de nestbakjes in een bestrijdingsmiddel ondergedompeld.
Als aanloop richting het tentoonstellingsseizoen worden de vogels
getraind aan de tt-kooi door deze aan de broedkooi te hangen. Met
mooi weer worden de vogels in een “open” kooitje besproeid met een
bloemspuit en wordt de vogel aan de waslijn (in het kooitje J)
opgehangen.
Ook bij
redelijk weer worden de vogels even buiten gezet. Dan kunnen ze
tevens wennen dat er met de kooi gelopen wordt. Tijdens
het tt-seizoen bezoekt Gerrit een redelijk aantal tentoonstellingen
met zijn vogels: jongvogeldag van de postuurclub in Aduard,
Glosterdag in Elst, TT Aduard, Twentse Glostershow, Glostershow in
Hoofddorp, de ANPV in Goirle en de Ned. Kampioenschappen van de
Algemene Bond in Zutphen. Best wel een beetje trots is hij met het
feit hij op de show van de ANPV 2x gewonnen heeft met een gloster
van 93 punten. Ook zijn goud in Zutphen en de prijzen op de
Glostershows mogen vermeld worden. Zijn wens is ooit nog eens een
keer de beste vogel op de show te hebben in Hoofddorp.
Gerrit
is lid van de Engelse Glosterspeciaalclub voor het boekje. Daar
staat altijd van alles in. Ook gaat hij elk jaar naar de IGBA show
in Nuneaton. Daar tref je de Engelse kwekers en komt ook op hun hok.
Daar leer je van alles van. De Engelse mensen zijn heel gastvrij. Op
zaterdag van de IGBA-show treffen de Nederlandse kwekers elkaar. Het
is dan gezellig kletsen in het hotel met de Engelse kwekers onder het genot van .………………….. (een glaasje melk Gerrit? <> redactie).
De
tentoonstelling van de ENGS vindt hij prima georganiseerd. Hij is
toch een voorstander van eendagsshows. Tevens is hij voorstander van
een rookverbod bij de vogels. Het nieuwe clubblad vindt hij perfect!
Als
laatste nog een ervaring met een gloster. “Het ging om een pop
die al op eieren zat. Ze moest nog 2-3 dagen voordat de eieren
uitkwamen broeden. Ze was met haar pootje ergens achter blijven
haken. Dus dat pootje hing er haast af. De schaar gepakt en het
pootje eraf geknipt. Het begon hevig te bloeden en er jodium op
gedaan. De pop werd voorzichtig weer in de kooi gezet, met de
gedachte van we laten haar maar even met rust, dan kijken we straks
wel hoe het gaat. Wat later zijn we gaan kijken en tot onze
verbazing zat ze weer rustig op haar eieren. Een paar dagen later
zijn de eieren uitgekomen, ze kon zichzelf prima redden met haar
stompie!”
|