
Henk
Rutten uit het Limburgse Ittervoort is in 1981 begonnen met het
houden van vogels. Zijn vader en een broer hadden ook vogels en
maakten hem warm voor deze hobby. Hij is begonnen met een volière
met wildzang. Daarna is er de gloster, de fife fancy, de norwich en
de border bij gekomen. Rene Biesmans uit Maasmechelen (België), deze
is helaas overleden, heeft bij hem de interesse voor glosters
gewekt. Deze man had topglosters en borders. Het model en het type
vogel van de gloster spreekt Henk heel erg aan. In zijn bestand (hij
kweekt met 40 koppels) vind je groene, blauwe, bonte, intensieve en
cinnamon glosters.
De
afmetingen van zijn kweekruimte zijn 4 x 3 meter. Hierin zijn 60
kweekkooien en 2 vluchten van 2 x 0.5 meter om de jongen in te
zetten. Tevens heeft hij een houten buitenhok van 10 x 2 meter met
ongeveer 70 kooien waarin hij de vogels laat uitruien. Ze gaan dan
met de weerschommelingen mee: dan warm, dan koud.
kweekruimte buiten
Bij het
samenstellen van de kweekkoppels let Henk op de afstamming. Veel
doet hij ook op gevoel. “Als je een goede stam hebt en jaren
niets meer hebt bijgekocht, kun je eigenlijk niet meer
verkeerd kweken. Je moet alleen opletten voor inteelt.”
Voor het
broedseizoen zitten de mannen apart in een hok van 0.40 x 0.30
meter. Zes weken voor de kweek haalt hij de mannen naar binnen in
het kweekhok en begint hij het licht te verlengen en het geven van
vitamine E. In het buitenhok, waarin de poppen zich bevinden, heeft
hij ook al drie weken het licht verlengd. Na zes weken haalt hij de
poppen naar binnen en krijgen ze af en toe wat eivoer en broccoli.
Ze komen eerst een poos in een vlucht en gaan daarna in de
broedkooi.
In de rust
en kweekperiode geeft Henk zijn glosters postuurzaad en veel groen
uit de natuur. Tevens krijgen ze kiemzaad, conditiezaad, onkruidzaad
en trosgierst. In de rustperiode voegt hij daar wat zoet rood
raapzaad aan toe. Het eivoer wordt rul gemaakt met geraspte wortel
en couscous. Ook krijgen zijn vogels regelmatig witlof. Hij gebruikt
geen probiotica o.i.d. Op de bodem van zijn kooien ligt in de
kweekperiode zand en in de rustperiode schaafsel van canadahout. In
het buitenhok hangt een ionisator.
Tijdens de
kweek laat Henk de helft van de mannen bij de poppen zitten, met de
andere helft doet hij aan wisselbroed. Na 27 dagen worden de jongen
bij de ouders weggehaald. Hij zet ze dan in een grote vlucht met een
paar oude poppen of mannen erbij. Ze krijgen dan veel trosgierst,
gemalen zaad naast het eivoer en het gewone zaad. Een geluk bij een
ongeluk had Henk een tijdje geleden. Hij had een hele goeie pop met
een nestje met 2 jongen die al behoorlijk in de veren zaten. Helaas
lag de pop ’s morgens dood in het nest op de jongen. Hij had nog een
andere pop zitten met onbevruchte eieren en die heeft hij de jongen
gegeven. Tot zijn grote verbazing heeft zij de vogeltjes groot
gebracht. Achteraf bleken het nog goeie vogels te zijn ook!
Verenpikken wordt voorkomen door de kuiven apart te zetten en bij de
gladkoppen (die met 8 in een kooi zitten) stukjes touw aan de
tralies op te hangen. Ook krijgen ze muur, paardebloemen en stukken
maïs. Dat laatste is zoet en daar zijn ze gek op.
De
kweekresultaten worden bijgehouden in een ringband met losse bladen.
Selectie vindt plaats via het kweekboek en door van hetzelfde koppel
de vogels apart in een kooi te zetten om deze te bekijken en te
vergelijken.
De vogels
worden richting de tentoonstelling getraind door kooien aan de
tralies te hangen en iedere dag een andere vogel in een kleine
Engelse tt-kooi te zetten.
Kweekruimte binnen
Henk doet
mee aan de tentoonstellingen in Luik, Goirle, Hoofddorp en
Nederweert. Op de vraag op welke resultaten tijdens een
tentoonstelling hij best een beetje trots is, antwoordt hij “Ik
ben alleen trots als de mensen zeggen dat ik goede vogels heb, want
de uitslag van de tentoonstelling is niet maatgevend”. Een zaak
die Henk minder aanspreekt binnen het tentoonstellingswereldje is
dat volgens hem vaak de personen gekeurd worden i.p.v. de vogels.
Dit gebeurt volgens hem niet alleen in Nederland maar ook in België
en in Engeland.
De
tentoonstelling van onze club in Hoofddorp vindt hij goed geregeld. “Soms worden er vreemde beslissingen door de keurmeesters
genomen, maar dat heb je overal”. In ons clubblad zou hij graag
meer over andere kwekers lezen en meer foto’s zien van kweekhokken.
Een leuke
ervaring had Henk in 1986. Hij was toen in Engeland bij Marriot en
Rayson om glosters te kopen. Dit waren hele goede kwekers en
liefhebbers. Ze hadden onderaan in een kooi tien vogels zitten die
voor Denemarken bestemd waren. Hij bekeek de vogels en zag drie
supermooie gladkop poppen. Toen vroeg Marriot aan hem: “Do you like
them?“. Henk zei: “Yes”, met het kleine beetje Engels dat hij toen
kon. Marriot zei “Take them out”. Henk was toen de gelukkigste man
van de wereld. De poppen kostten slechts 10 pond per stuk.
|