line decor
   Laatst geupdate Thursday 22-Nov-2007 22:17
line decor
 
 
 
 


Henk Rutten uit het Limburgse Ittervoort is in 1981 begonnen met het houden van vogels. Zijn vader en een broer hadden ook vogels en maakten hem warm voor deze hobby. Hij is begonnen met een volière met wildzang. Daarna is er de gloster, de fife fancy, de norwich en de border bij gekomen. Rene Biesmans uit Maasmechelen (België), deze is helaas overleden, heeft bij hem de interesse voor glosters gewekt. Deze man had topglosters en borders. Het model en het type vogel van de gloster spreekt Henk heel erg aan. In zijn bestand (hij kweekt met 40 koppels) vind je groene, blauwe, bonte, intensieve en cinnamon glosters.

De afmetingen van zijn kweekruimte zijn 4 x 3 meter. Hierin zijn 60 kweekkooien en 2 vluchten van 2 x 0.5 meter om de jongen in te zetten. Tevens heeft hij een houten buitenhok van 10 x 2 meter met ongeveer 70 kooien waarin hij de vogels laat uitruien. Ze gaan dan met de weerschommelingen mee: dan warm, dan koud.

kweekruimte buiten

 Bij het samenstellen van de kweekkoppels let Henk op de afstamming. Veel doet hij ook op gevoel. “Als je een goede stam hebt en jaren niets meer hebt bijgekocht, kun je eigenlijk niet meer verkeerd kweken. Je moet alleen opletten voor inteelt.”

Voor het broedseizoen zitten de mannen apart in een hok van 0.40 x 0.30 meter. Zes weken voor de kweek haalt hij de mannen naar binnen in het kweekhok en begint hij  het licht te verlengen en het geven van vitamine E. In het buitenhok, waarin de poppen zich bevinden, heeft hij ook al drie weken het licht verlengd. Na zes weken haalt hij de poppen naar binnen en krijgen ze af en toe wat eivoer en broccoli. Ze komen eerst een poos in een vlucht en gaan daarna in de broedkooi.

In de rust en kweekperiode geeft Henk zijn glosters postuurzaad en veel groen uit de natuur. Tevens krijgen ze kiemzaad, conditiezaad, onkruidzaad en trosgierst. In de rustperiode voegt hij daar wat zoet rood raapzaad aan toe. Het eivoer wordt rul gemaakt met geraspte wortel en couscous. Ook krijgen zijn vogels regelmatig witlof. Hij gebruikt geen probiotica o.i.d. Op de bodem van zijn kooien ligt in de kweekperiode zand en in de rustperiode schaafsel van canadahout. In het buitenhok hangt een ionisator.

Tijdens de kweek laat Henk de helft van de mannen bij de poppen zitten, met de andere helft doet hij aan wisselbroed. Na 27 dagen worden de jongen bij de ouders weggehaald. Hij zet ze dan in een grote vlucht met een paar oude poppen of mannen erbij. Ze krijgen dan veel trosgierst, gemalen zaad naast het eivoer en het gewone zaad. Een geluk bij een ongeluk had Henk een tijdje geleden. Hij had een hele goeie pop met een nestje met 2 jongen die al behoorlijk in de veren zaten. Helaas lag de pop ’s morgens dood in het nest op de jongen. Hij had nog een andere pop zitten met onbevruchte eieren en die heeft hij de jongen gegeven. Tot zijn grote verbazing heeft zij de vogeltjes groot gebracht. Achteraf bleken het nog goeie vogels te zijn ook!

Verenpikken wordt voorkomen door de kuiven apart te zetten en bij de gladkoppen (die met 8 in een kooi zitten) stukjes touw aan de tralies op te hangen. Ook krijgen ze muur, paardebloemen en stukken maïs. Dat laatste is zoet en daar zijn ze gek op.

De kweekresultaten worden bijgehouden in een ringband met losse bladen. Selectie vindt plaats via het kweekboek en door van hetzelfde koppel de vogels apart in een kooi te zetten om deze te bekijken en te vergelijken.

De vogels worden richting de tentoonstelling getraind door kooien aan de tralies te hangen en iedere dag een andere vogel in een kleine Engelse tt-kooi te zetten.

Kweekruimte binnen

 Henk doet mee aan de tentoonstellingen in Luik, Goirle, Hoofddorp en Nederweert. Op de vraag op welke resultaten tijdens een tentoonstelling hij best een beetje trots is, antwoordt hij “Ik ben alleen trots als de mensen zeggen dat ik goede vogels heb, want de uitslag van de tentoonstelling is niet maatgevend”. Een zaak die Henk minder aanspreekt binnen het tentoonstellingswereldje is dat volgens hem vaak de personen gekeurd worden i.p.v. de vogels. Dit gebeurt volgens hem niet alleen in Nederland maar ook in België en in Engeland.

De tentoonstelling van onze club in Hoofddorp vindt hij goed geregeld. “Soms worden er vreemde beslissingen door de keurmeesters genomen, maar dat heb je overal”. In ons clubblad zou hij graag meer over andere kwekers lezen en meer foto’s zien van kweekhokken.

Een leuke ervaring had Henk in 1986. Hij was toen in Engeland bij Marriot en Rayson om glosters te kopen. Dit waren hele goede kwekers en liefhebbers. Ze hadden onderaan in een kooi tien vogels zitten die voor Denemarken bestemd waren. Hij bekeek de vogels en zag drie supermooie gladkop poppen. Toen vroeg Marriot aan hem: “Do you like them?“. Henk zei: “Yes”, met het kleine beetje Engels dat hij toen kon. Marriot zei “Take them out”. Henk was toen de gelukkigste man van de wereld. De poppen kostten slechts 10 pond per stuk.