
Onze Algemeen
Kampioen op onze show in 2003 heeft een aantal jaren geleden ook al
een stukje geschreven voor ons clubblad. Maar we meenden hem toch
nog een keer te moeten benaderen voor “zijn verhaal”! The Champion
op de grootste glostershow in Nederland mag gehoord en gelezen
worden!
Jan kweekt al
vanaf zijn 15e jaar vogels. Via vriendjes en kennissen
kwam hij, zoals velen, tot het houden van een heleboel verschillende
vogelsoorten: tropen, wildzang, kleur- en postuurkanaries. Op dit
moment is hij lid van de NBvV, de ANPV, de Postuurkanarie en de ENGS
en heeft hij alleen nog glosters op zijn hok in de kleuren groen,
bont, geel en cinnamon. Hij kweekt met maximaal 18 poppen in een
ruimte van 6 x 2.5 meter. Hierin heeft hij 8 vluchten gemaakt met 18
broedkooien. In zowel de vluchten als de broedkooien gebruikt Jan
zaagsel als bodembedekker. Een luchtbevochtiger houdt de
luchtvochtigheid stabiel.
Tot half maart
voert hij de temperatuur op tot ongeveer 15 graden en gaat het licht
naar 14 uur. Bij het samenstellen van de kweekkoppels let hij op het
type, de bevedering, het familieverband en de kleur van de glosters.
In de broedperiode vult hij het Beyers postuurzaad aan met koolzaad.
Als er jongen
zijn gebruikt hij als zachtvoer Sluis en Orlux aangevuld met
negerzaad en honing en Birdmax als supplement. De kweekresultaten
worden met de hand in een schrift bijgehouden. Een computer hoeft
voor hem niet zo nodig.
Echt grote
problemen tijdens de kweek maakt Jan niet vaak mee. Soms levert het
bij aanvang van de eerste ronde problemen op het moment dat mannen
en poppen bij elkaar gezet worden. Dit resulteert nog wel eens in
onbevruchte legsels. Hij past wisselbroed toe, waarbij de poppen de
jongen alleen groot brengen.
Veel last van
bloedluis heeft hij niet bij zijn vogels. Een jaar of tien geleden
was er een uitbarsting. De bestrijding hiervan heeft hem toen veel
jongen gekost.
Het verenpikken
van de jongen voorkomt Jan door de jongen in een babykooitje voor
de broedkooi te hangen als ze uit het nest komen. Hierin blijven ze
tot ze zelfstandig zijn. Na deze periode worden de kuiven en de
gladkoppen gescheiden in vluchten gezet tot aan de ruiperiode. Door
veel groenvoer en trosgierst te geven, wordt voorkomen dat de jongen
elkaar plukken. De jongen worden daarna geselecteerd op type en
bevedering.
Een tip voor
andere vogelliefhebbers: “Probeer je vogelbestand zo
overzichtelijk mogelijk te houden. Je moet het goed bij kunnen
houden allemaal”.
De
tentoonstellingsvogels gaan ongeveer drie weken voor de
tentoonstelling in de broedkooien. De tentoonstellingen van Elst,
Hoofddorp, Hengelo, Goirle en de kerstshow in Els bezoekt Jan met
zijn vogels.
Op de vraag van
op welke resultaten hij trots is, antwoordt Jan: “Het winnen van
een klasse op de Glosterdagen vind ik geweldig. Wanneer je dan een
keer het geluk hebt om als Algemeen Kampioen uit de bus te komen, is
dat natuurlijk het summum”.
Jan heeft een
tip voor de verkoop van vogels op onze tentoonstelling: geef
duidelijk aan wat mannen en poppen zijn in de verkoopklasse. Dit
komt naar zijn idee de verkoop ten goede en voorkomt een heleboel
vragen van potentiële kopers.
Jan is tevreden
met het cluppie ENGS. Het clubblad vindt hij sinds de laatste
uitgave van oktober 2003 “toppie”. Jan doet mee met onze
fantastische shows omdat hij alles prima geregeld vindt: “Pet af
voor grote vogelaar Ben en zijn helpers”.
|