line decor
   Laatst geupdate Thursday 22-Nov-2007 22:42
line decor
 
 
 
 


René is op zijn tiende begonnen met de vogelhobby. Hij kreeg toen zijn eerste geelbonte kanarieman van een oudere neef die deze in een volière had vliegen. Tijdens een speelmiddag bij zijn “vriendje”, die tegenover Hennie Asbroek woonde, ontdekte hij een losvliegende kanarie. Hennie hielp hem bij het vangen. Het bleek een pop te zijn en deze vogel werd de partner van zijn geelbonte pietje. Hennie kon toen niet voorzien dat door zijn hulpvaardige actie René een fanatiek vogelliefhebber zou worden. Het leuke is dat hij Hennie nog regelmatig ziet. Hij is al jarenlang postuurkanariekweker en keurmeester bij de Algemene Bond.

Uit dit eerste koppeltje kanaries werden drie jongen geboren. Op zijn elfde verjaardag kreeg hij van de schoonvader van zijn oudste broer een kist vogels. Het was van alles door elkaar: roodagaten, vetstof rood, waterslagers, bastaardputters, sijsjes en zebravinken. Er werd een groot hok gebouwd. Zoals voor veel vogelaars geldt, bleek René zeer vaardig te zijn in het bedenken en timmeren van broedkooien. Tot op de dag van vandaag is alles in zijn hok zelf bedacht en gemaakt.

Hij werd lid van de E.T.K.V. en de kanarievereniging “P.J. Helder” te Hengelo. Aanvankelijk kweekte René rode kleurkanaries maar bij de laatste vereniging zaten een groot aantal topkwekers van postuurkanaries. Daar werd hij verliefd op de beatlekanarie. Omdat veel leden van deze vereniging jaarlijks naar grote shows in het buitenland gingen, kon hij als jong kwekertje profiteren van de nakweek van geïmporteerde vogels. Na zijn verhuizing naar Nijverdal werd hij lid van de plaatselijke vereniging waar hij nu al 20 jaar lid is. Tevens is René lid van de Postuurclubs van de Algemene en de Nederlandse Bond en natuurlijk van onze club.

Op dit moment kweekt hij met glosters en cresten. Zijn jongste zoon Loran kweekt met borders. De glosters zijn de favorieten  van René. Zij zijn met eerste liefde. Ondanks het feit dat vaak geschreven wordt dat het een beginnersvogel is, vind ik de glosters nog steeds één van de moeilijkste rassen. De ontwikkeling van dit ras staat nooit stil en de concurrentie is enorm. De kwaliteit van de vogels van veel kwekers ligt erg dicht bij elkaar. Het is de kunst om de kwaliteit te behouden. Je wint op basis van kleine verschillen, zoals net iets ronder, net iets meer kleur of strakkere bevedering of met een nets iets mooiere kop of kuif”. Helaas zien we volgens hem de groene of de groenbonte kleur overheersen. Hij is een liefhebber van andere kleuren. Al in 1983 schreef hij in “Onze Vogels” een uitgebreid verslag over de verschillende kleuren van de gloster. We zien nu na 20 jaar nog steeds weinig andere kleuren. Op dit moment is hij bezig met groenopaal.

Begin maart is René begonnen met de kweek. Hij heeft 40 koppels glosters, 10 koppels cresten en 6 koppels borders. Ze zijn gehuisvest in een verblijf van zes meter lang en drie meter breed. De wanden zijn betegeld en op de vloer liggen plavuizen. Er is centrale verwarming en tevens is er een aanrecht met warm en koud stromend water. In de ruimte zijn 3 vluchtjes van 1,50 meter lang en 70 cm hoog. De broedkooien daarnaast (geplastificeerd spaanplaat met uitschuifbare tussenwanden) zijn 55 cm x 55 cm x 50 cm. Erg ruim dus en zeer goed geschikt voor de grotere rassen. Van deze grote broedkooien zijn vluchtjes te maken tot 4,50 meter lang. In geen van de kooien zijn lades gemaakt, omdat dit een ideale schuilplaats is voor ongedierte. Aan de rechterkant staat een 24-delige broedkooi voor de glosters van 40 cm breed, 40 cm diep en maar 25 cm hoog. Door de zitstokken laag te plaatsen is er boven de stokken net  zoveel ruimte als in een standaard kweekkooi. Vorig jaar heeft hij hierin voor het eerst zonder problemen gebroed. In het hok zijn geen speciale voorzieningen zoals ionisatoren. René gelooft niet in het resultaat hiervan omdat gevormde ionen direct weer samengaan tot moleculen en zo geen effect hebben. Wel heeft hij een luchtontvochtiger om de vochtigheid onder de 70% te houden.

Als bodembedekker gebruikt hij sinds vorig jaar fijn houtgranulaat dat zeer veel vocht opneemt en geen stof geeft.

René geeft zijn vogels het gehele jaar een zaadmengeling, waarin ook zwartzaad zit. Eivoer krijgen ze het gehele jaar door, in de wintermaanden twee keer per week. Vanaf zijn eerste kweekjaar maakt hij eivoer dat voor de helft bestaat uit fabrieksvoer en de andere helft een eigen “bedenksel”. Dit laatste bestaat uit een hoeveelheid grof “broodmeel” dat gelijk is aan de hoeveelheid kant - en klaar eivoer. Hieraan wordt toegevoegd: drie hard gekookte eieren, gekiemd raapzaad (in nylonkous), een halve eetlepel zeewier, een halve eetlepel biergistpoeder en een halve eetlepel druivensuiker. Dit alles wordt een beetje vochtig gemaakt met een scheut Roosvice.

De jongen die van de ouders af zijn, krijgen er ook nog regelmatig gekookte rijst doorheen ( lekker veel koolhydraten - licht verteerbaar dus en veel snelle energie!). Afgelopen winter heeft hij  de eieren en de genoemde poeders door elkaar geklopt en vervolgens in de magnetron gedaan. Er ontstond een vies gekleurde, smerig ruikende eierkoek, die echter zeer graag door de vogels gegeten werd. Het voordeel hiervan is dat de toevoegingen met het ei voor 100% opgenomen worden.

Het broedrijp maken van de vogels gaat enkel met het verlengen van het licht. In het hok is het altijd rond 18 graden.

Het samenstellen van de kweekkoppels wordt door veel factoren bepaald. Hierbij spelen bepaalde bloedlijnen een rol. Ook zijn er probeersels zoals het inkweken van de opaalkleur.

Vervolgens zijn er aangekochte vogels uit een lijn waarin veel hangvleugels zaten, maar die weer subliem zijn in kleur en kuif. Het kost dan extra denkwerk om deze zo te koppelen dat je zeker weet dat de partner in de afstamming géén hangvleugels heeft. Zo probeert hij de voordelen van de vogels te behouden.

Ondanks de standaard zijn er veel verschillende typen glosters. René houdt persoonlijk van kort en rond. Wil je echter de kuif en de kleur verbeteren, dat heb je al gauw te maken met bepaalde Engelse en Belgische bloedlijnen, waarvan de vleugels en de staarten lang zijn en er geen vulling is in de “kont”.

Daarnaast is er de harde kern. De vogels waarvan je al jaren weet wat er in zit en wat er uit komt. Zo is de cinnamonlijn de meest stabiele in zijn hok. Het type zit er gewoon ingebakken. Hier kweekt hij in zeer nauw familieverband. “Vooral je eigen smaak moet je zoveel mogelijk volgen. Zo heb ik een afkeer van glosters met losse flanken. Uiteindelijk denk ik dat je alle goede veerstructuren in je bestand moet hebben en dat je op basis van compensatie moet proberen om een korte, volle, ronde gloster met een strakke veer en een warme kleur te kweken”.

De kweekresultaten worden nauwgezet bijgehouden in de computer, zonder gebruik te maken van een speciaal kweekprogramma. Ook gegevens van aangekochte vogels worden opgeschreven.

In principe blijft elk koppel tijdens de hele kweekperiode bijeen. Hij heeft slechte ervaringen met wisselbroed. Vaak liepen de poppen van het nest af of waren de eieren regelmatig onbevrucht.

Problemen in de kweek kom je ieder jaar tegen. Men werkt met levend materiaal. Als je denkt dat alles voor de kweek in topconditie is, heb je ineens weer een van de mooiste vogels ziek. Koppel je op papier de ideale combinatie, blijkt in de praktijk dat ze elkaar bijna van kant maken en moet je weer naar andere partners zoeken. Heb je de jongen bijna zelfstandig, pikt de man een van de jongen dood. Zo is er ieder jaar weer iets anders. Enkele jaren geleden ging Bert Munneke langere tijd op vakantie. De norwichs van hem kwamen bij René. Hij hoopte voor hem veel mooie jongen te kweken. Na de eerste ronde had hij er dertien, maar helaas gingen er een aantal dood. Na onderzoek bleken ze vol te zitten met de Megabacterie. De dierenarts die ze onderzocht adviseerde hem om ze verdund zoutzuur door het water te geven om de gezonde PH-waarde van de spijsvertering te herstellen. Hij kon zijn oren niet geloven. Zoutzuur? Dit middel bleek echter zeer goed te helpen. Alle vogels herstelden. Hij  kon dit middel zonder enige schade langdurig aan alle vogels geven. Weer iets geleerd! Natuurlijk snel een artikel voor het postuurkanarieblad geschreven zodat iedereen met dit probleem geholpen was.        

De beste remedie tegen bloedluis is gewoonweg je hok en vogels zo schoon mogelijk houden en de potentiële schuilplaatsen te minimaliseren. René maakt zijn hok enkele keren per jaar schoon met chloor. Daarna wordt alles ingespoten met Ocepou. De vogels kunnen vaak baden. Hij wisselt badzout af met Gezasept. Daarnaast worden alle vogels enkele keren per jaar ingespoten met U2-op.

De zitstokken worden regelmatig met heet water gereinigd, waarna de uiteinden in U3 worden gedompeld.

De jonge vogels gaan in de babyvlucht als de staarten een bepaalde lengte hebben gekregen en gaan sluiten. De vogels moeten dan wel  zelfstandig eten en niet meer zo vaak bedelen. Dan gaan de jonge vogels van ongeveer dezelfde leeftijd uit de broedkooi in de babyvlucht.

Het selecteren van de jonge vogels doet René gelijk na het kweekseizoen. De jongen worden dan geselecteerd op geslacht, kuif/gladkop en kleur. Zo ontstaan er vluchtjes met bruine consortpoppen, groene coronapoppen enz. Als de mooiste jongen geselecteerd zijn, gaat hij tellen. De jonge kuiven die van zeer goede kwaliteit zijn worden apart gezet. De gladkoppen gaan daarna in zestallen in vluchtjes. Opkooien voor een show doet hij nooit. Hij is van mening dat het showkarakter aangeboren is. Hij selecteert op rustige vogels. Als hij een wilde fladderaar heeft, ruimt hij deze op. Soms zijn zijn vogels te rustig en komen ze op belangrijke shows amper in beweging. Dit jaar kwam een prachtige groene gladkop in Elst niet op stok. Dezelfde vogel werd bij onze club de beste gladkop van de show. Drie jaar geleden kon men in Elst een mooie cinnamon vanwege hetzelfde euvel niet keuren. De cinnamon zat vervolgens in de stam die in Apeldoorn kampioen werd!

Op de vraag wat andere vogelliefhebbers kunnen leren, antwoordt René: “Volg je eigen smaak. Koop nieuwe vogels uit een lijn die met jouw smaak overeenkomt. Kweek vooral een goed bestand aan poppen. Mannen koop je erbij als je ze echt nodig hebt. Wees echter kritisch. Heb je de nieuwe vogels eenmaal thuis, dan kunnen ze in vergelijk tot je eigen vogels tegen vallen.

Ben je teleurgesteld, ruim ze dan weer op . Kweek niet met vogels die je eigenlijk tegenstaan. Vooral als je vogels uit een koud hok koopt en je hebt het zelf verwarmd, dan kan het volume van de gekochte vogels eenmaal in de warmte nogal tegenvallen. Bekijk de kwaliteit van bepaalde bloedlijnen liever op de shows”.

René geniet van het spel dat vaak al tijdens de kweek begint. “De een heeft nog meer kampioenen op stok dan de ander. Sommigen gaan al in de zomermaanden met hun eerste uitgeruide jongen de boer op. Wat baal je dan als je ze zelf nog niet zover hebt en wat zijn ze mooi! Vervolgens komen de eerste jongvogeldagen. Ik krijg binnen de kortste tijd alle successen te horen. Met knikkende knietjes en na enkele slaaploze nachten kom je elkaar dan de eerste keer tegen in Elst. Wat een spanning. Dit gaat zo het gehele showseizoen door. Elst, Hengelo. Shortens (Dtl.) en Hoofddorp. Prachtige glosterdagen met één grote familie.”

Een vraag aan alle kwekers die meewerken aan ons interview in dit clubblad: “Op welke resultaten tijdens een tentoonstelling ben je best een beetje trots?”. Antwoord van René: “Op welke resultaten ik een beetje trots ben is moeilijk te zeggen. Tegenwoordig is de concurrentie enorm. Iedereen kan een kampioen kweken. Echter jaren achter elkaar topvogels kweken vind ik een echte prestatie. Als ik dertig vogels voor een glosterdag inschrijf en twintig vogels zijn bij de beste zeven, dan ben ik trots. Vooral, als je een klasse wint waar een groot aantal vogels in zitten. Zo heb ik de afgelopen jaren erg goed gescoord bij de groene gladkopklasse. Dit is vaak de grootste klasse. Wel baal ik als er van mij wordt gezegd dat ik alleen met gladkoppen win. Uit de uitslagen van de afgelopen jaren kun je zien dat ik ook elk jaar grote klassen win met kuiven. Ik ben echter kritischer bij het opsturen van kuiven omdat ik weet dat de concurrentie daar groter is als bij de gladkoppen.

Dit jaar heb ik voor eerst in Duitsland mijn glosters geshowd. Het was een prachtig weekend met ”de boys uit Twente”. Ondanks hun concurrentie en die van Dhr. Lichtendonk, die drie jaar lang in Schortens bijna alles gewonnen had, wist ik tien klassen te winnen. Uiteindelijk was een groene coronaman de beste coronaman , een groene coronapop de beste coronapop  en een groene gladkopman de beste gladkopman. Van de drie hoofdgroepen had ik er drie gewonnen. Hier was ik natuurlijk best trots op”.

René is lid van onze club, omdat het er gewoon bij hoort. Hij vindt dat als je wat met je vogels wilt bereiken, je contacten en show nodig hebt. Wat hij mist vanuit ons clubje is het verslag in het landelijk postuurblad. Al enkele jaren staan de uitslagen van Hoofddorp niet in het postuurblad terwijl alle andere glostershows en eendagshows van andere rassen er wel in staan. (Noot redactie: nemen we mee voor volgend jaar). De tentoonstelling zoals die in Hoofddorp, bevalt hem zeer goed. Het “schuifsysteem spreekt hem erg aan. De keuze van de keurmeesters is prima en het vlotte keuren geeft voldoende tijd om de vogels nog rustig te kunnen bekijken. Er heerst volgens hem een gezonde spanning en de shows verlopen altijd sportief, waarbij hem opvalt dat iedereen een kampioenschap gegund wordt. Het clubblad vindt hij te mager en komt volgens hem niet op de juiste momenten uit. Het verslag van de novembershow verschijnt pas in het voorjaar. Hij zou liever drie keer het clubblad zien: 1x voorafgaande aan de show, 1x na het tt-seizoen met een verslag van de belangrijkste shows in binnen- en buitenland en 1x voor de zomervakantie met eventueel verslagen van hoe bij een aantal kwekers de kweek verlopen is.