line decor
   Laatst geupdate Thursday 22-Nov-2007 23:00
line decor
 
 
 
 


Robin is op 12-jairge leeftijd begonnen met de vogelhobby. Hij kwam vaak bij zijn opa die altijd al vogeltjes heeft gehad en raakte via hem besmet met het “vogelvirus”. Van zijn opa heeft hij veel geleerd. Er kwamen 2 broedkooitjes in de schuur van zijn ouders en hierin kwam een aantal waterslagers die hij van zijn opa kreeg. Na een paar jaar werd er een buitenvolière gebouwd met diverse soorten vogels. Uiteindelijk is hij overgegaan op het kweken van goudgele kleurkanaries en glosters. De laatste eigenlijk via zijn kameraad R. Kleinsman. De kleurkanaries verdwenen uit zijn hok en maakten plaats voor norwich. Deze postuurkanarie en de gloster kweekt hij nog steeds.

Robin is lid van Intropika in zijn woonplaats Haaksbergen. Verder is hij lid van de ANPV de Speciaalclub voor Vorm- en Postuurkanaries en de ENGS.

Hij richt zich bijna helemaal op de kweek van de gloster. De norwich ziet hij een beetje als een vogeltje-erbij. “De gloster is best een moeilijk vogeltje om te kweken. Niet als het gaat om de aantallen, maar om ze goed te kweken. Ze moeten een goede kuif of kop hebben en een rond lichaam. Er gaan heel wat kweekjaren aan vooraf om dit alles voor elkaar te krijgen. Dit is echter ook het leuke aan de hobby. Wanneer je de kop/kuif en het ronde lichaam voor elkaar hebt, kun je gaan letten op specifieke dingen zoals een kleine snavel, korte pootjes, smalle korte staart enz.”, aldus Robin.

Op dit moment kweekt hij met zo’n 22 koppels glosters (groen, bont, blauw en cinnamon) en 2 – 4 koppels norwich. De kweekruime is boven de garage. De ruimte loopt met het dak mee waardoor er wel wat ruimteverlies ontstaat. De vloeroppervlakte is ongeveer 4 m x 4 m. Hij heeft 22 broedkooien en nog vier grotere vluchten: twee van 4 m x 0,8 m x 0,6 m en twee van 2,5 m x 0,6 m x 0,6 m.

Als bodembedekker gebruikt hij in de vluchten grove houtkrullen en in de broedkooien vloerdekkorrel uit België. Dit laatste is een soort kattenbakvulling.

Als hoofdzaad gebruikt Robin postuurzaad van Beiers (Supreme 55). Hierbij voert hij tijdens de rustperiode en de aanloop naar de kweek wilde zaden en onkruidzaad met soms andere toevoegingen zoals witzaad, haver, negerzaad en gemalen hennep. Tijdens de kweek geeft hij aan zijn vogels gewoon postuurzaad met 2 of 3 keer in de week wilde zaden in een snoepbakje. Het gehele jaar door krijgen de vogels 1–2 keer per week droog eivoer. Tijdens de kweekperiode geeft hij als zachtvoer bestaand eivoer met toevoeging van extra eieren. Hier voegt hij een kleine hoeveelheid hennep aan toe, kiemzaad, brood of beschuitmeel en Aves-eivoer.

Om de bloedluis tegen te gaan maakt hij de broedkooien en vluchten schoon met bleekmiddel (chloor). In de naden van de kooien smeert hij met een kwast een verdund bestrijdingsmiddel dat vroeger in de fruitteelt werd gebruikt. Dit middel is helaas niet meer te krijgen. Hier dompelt hij ook de uiteinden van de stokken in. Verder gebruikt hij U3 en Ardap (niet tegen bloedluis).

Zijn kweekkoppels stelt hij samen door te kijken uit welke ouders ze komen. Ze moeten qua bevedering bij elkaar passen en ze moeten elkaars fouten zoveel mogelijk opheffen. In de praktijk is dit moeilijk omdat je maar kunt kiezen uit een beperkt aantal goede glosters. Het komt er vaak op neer dat je toch vogels aanhoudt waarmee je eigenlijk niet moet kweken.

De vogels worden broedrijp gemaakt door alleen het aantal lichturen te verhogen naar 14 tot 15 uur licht. De temperatuur wordt niet verhoogd en blijft altijd 16 – 17 graden.Er zijn wel eens problemen geweest welke tijdens de kweek niet opgelost werden. Zo heeft hij een jaar gehad dat hij van 22 koppels slechts 15 jongen had gekweekt. Hij had het geluk dat er bij die 15 toch nog 7 goede vogels zaten waarmee hij verder kon. Hij hangt henneptouw, groenvoer, pikstenen enz. op om de vogels afleiding te geven zodatze niet aan elkaars veren trekken.

Hij denkt dat het verenpikken ook in de vogels zelf zit. Dit moet je er proberen uit te kweken.

Tijdens de kweek gebruikt hij weinig mannen. Een goede man krijgt meerdere poppen, soms wel eens vier. Bij het selecteren van de kweekmannen komt het vaak voor dat hij ze niet goed genoeg vindt. Daarom houdt hij zo weinig mannen aan.

Bij het zelfstandig maken van de jongen kijkt hij of de pluisjes van de koppen zijn en de staartjes al aardig volgroeid tonen. Wanneer dit het geval is, doet hij ze in een kleinevlucht met een man welke goed door voert. Na de kweekperiode selecteert hij zijn jongen allereerst door ze een aparte kleurring te geven. De kleur geeft aan uit welke broedkooi ze komen. Daarna gaan de gladkoppen en kuiven in een aparte vlucht. De goede vogels (vooral de kuiven) gaan per tweetal in de broedkooien.

Kweekresultaten worden bijgehouden in een kweekboek. Het kweekprogramma op de pc dat hij wel heeft is nog niet in gebruik genomen.

Robin doet zijn mooiste vogels na de kweekperiode dus in de broedkooien in de hoop dat ze rustig worden. Tijdens het voeren doet hij sommige in een tentoonstellingskooi om te kijken of ze rustig blijven en of hij/zij de goede vorm toont. Echt africhten doet hij niet.

In totaal doet hij aan zo’n negen tentoonstellingen mee. Dat zijn de jongvogeldag, Elst, Twentse Glosterdag, ENGS, ANPV, de onderlinge TT, Rayonshow, de Norwichdag in Nijkerk en een TT in Duitsland: Schörtens. Soms ook nog de districtskampioenschappen en de Nederlandse Kampioenschappen in Apeldoorn.

Af en toe rollen hier best leuke resultaten uit. Toen hij voor het eerst meedeed aan de Glostershow van de ENGS in Heemstede (het was toen de laatste keer in die plaats) won hij de jonge groene kuifman klassen. “Daarna heb ik in de loop van de jaren nog twee keer een klasse gewonnen. Over het algemeen vind ik het al een prestatie als je bij de eerste 7 zit. Vooral in de wat grotere klassen. Wat me ook aansprak is de derde plaats bij de enkelingen kuiven in Apeldoorn. Hier zitten toch misschien wel 150 enkelingen”. De meerdaagse tentoonstellingen vindt hij over het algemeen vaak een aanslag op de conditie van de vogels. Van hem mogen alle tentoonstellingen 1 of 2 dagen duren. De eendagsshow van de ENGS sprak hem aan, waardoor hij lid geworden is van onze club. Je kunt zo ook de vogels goedkoper insturen en het is ook een goede mogelijkheid om contacten te leggen. De tentoonstelling in Hoofddorp vindt hij goed georganiseerd. Graag zou hij echter zien dat de liefhebbers/deelnemers er meer bij betrokken werden: bijv. meer discussie en praten over bepaalde beslissingen. Verder zou hij graag zien dat de keurstelling welke achter de gewone stelling staat meer voor de zaal zichtbaar wordt opgesteld. Voor de rest vindt hij het een prima show waar heel veel goede vogels te zien zijn. Hij is ook te spreken over het clubblad, vooral om hierin de verhalen te lezen van ervaringen van andere kwekers.