
Robin is
op 12-jairge leeftijd begonnen met de vogelhobby. Hij kwam vaak bij
zijn opa die altijd al vogeltjes heeft gehad en raakte via hem
besmet met het “vogelvirus”. Van zijn opa heeft hij veel geleerd. Er
kwamen 2 broedkooitjes in de schuur van zijn ouders en hierin kwam
een aantal waterslagers die hij van zijn opa kreeg. Na een paar jaar
werd er een buitenvolière gebouwd met diverse soorten vogels.
Uiteindelijk is hij overgegaan op het kweken van goudgele
kleurkanaries en glosters. De laatste eigenlijk via zijn kameraad R.
Kleinsman. De kleurkanaries verdwenen uit zijn hok en maakten plaats
voor norwich. Deze postuurkanarie en de gloster kweekt hij nog
steeds.
Robin is
lid van Intropika in zijn woonplaats Haaksbergen. Verder is hij lid
van de ANPV de Speciaalclub voor Vorm- en Postuurkanaries en de
ENGS.

Hij
richt zich bijna helemaal op de kweek van de gloster. De norwich
ziet hij een beetje als een vogeltje-erbij. “De gloster is best
een moeilijk vogeltje om te kweken. Niet als het gaat om de
aantallen, maar om ze goed te kweken. Ze moeten een goede kuif of
kop hebben en een rond lichaam. Er gaan heel wat kweekjaren aan
vooraf om dit alles voor elkaar te krijgen. Dit is echter ook het
leuke aan de hobby. Wanneer je de kop/kuif en het ronde lichaam voor
elkaar hebt, kun je gaan letten op specifieke dingen zoals een
kleine snavel, korte pootjes, smalle korte staart enz.”, aldus
Robin.
Op dit
moment kweekt hij met zo’n 22 koppels glosters (groen, bont, blauw
en cinnamon) en 2 – 4 koppels norwich. De kweekruime is boven de
garage. De ruimte loopt met het dak mee waardoor er wel wat
ruimteverlies ontstaat. De vloeroppervlakte is ongeveer 4 m x 4 m.
Hij heeft 22 broedkooien en nog vier grotere vluchten: twee van 4 m
x 0,8 m x 0,6 m en twee van 2,5 m x 0,6 m x 0,6 m.

Als
bodembedekker gebruikt hij in de vluchten grove houtkrullen en in de
broedkooien vloerdekkorrel uit België. Dit laatste is een soort
kattenbakvulling.
Als
hoofdzaad gebruikt Robin postuurzaad van Beiers (Supreme 55).
Hierbij voert hij tijdens de rustperiode en de aanloop naar de kweek
wilde zaden en onkruidzaad met soms andere toevoegingen zoals
witzaad, haver, negerzaad en gemalen hennep. Tijdens de kweek geeft
hij aan zijn vogels gewoon postuurzaad met 2 of 3 keer in de week
wilde zaden in een snoepbakje. Het gehele jaar door krijgen de
vogels 1–2 keer per week droog eivoer. Tijdens de kweekperiode geeft
hij als zachtvoer bestaand eivoer met toevoeging van extra eieren.
Hier voegt hij een kleine hoeveelheid hennep aan toe, kiemzaad,
brood of beschuitmeel en Aves-eivoer.
Om de
bloedluis tegen te gaan maakt hij de broedkooien en vluchten schoon
met bleekmiddel (chloor). In de naden van de kooien smeert hij met
een kwast een verdund bestrijdingsmiddel dat vroeger in de
fruitteelt werd gebruikt. Dit middel is helaas niet meer te krijgen.
Hier dompelt hij ook de uiteinden van de stokken in. Verder gebruikt
hij U3 en Ardap (niet tegen bloedluis).
Zijn
kweekkoppels stelt hij samen door te kijken uit welke ouders ze
komen. Ze moeten qua bevedering bij elkaar passen en ze moeten
elkaars fouten zoveel mogelijk opheffen. In de praktijk is dit
moeilijk omdat je maar kunt kiezen uit een beperkt aantal goede
glosters. Het komt er vaak op neer dat je toch vogels aanhoudt
waarmee je eigenlijk niet moet kweken.
De
vogels worden broedrijp gemaakt door alleen het aantal lichturen te
verhogen naar 14 tot 15 uur licht. De temperatuur wordt niet
verhoogd en blijft altijd 16 – 17 graden.Er zijn wel eens problemen
geweest welke tijdens de kweek niet opgelost werden. Zo heeft hij
een jaar gehad dat hij van 22 koppels slechts 15 jongen had
gekweekt. Hij had het geluk dat er bij die 15 toch nog 7 goede
vogels zaten waarmee hij verder kon. Hij hangt henneptouw,
groenvoer, pikstenen enz. op om de vogels afleiding te geven zodatze niet aan elkaars veren trekken.
Hij
denkt dat het verenpikken ook in de vogels zelf zit. Dit moet je er
proberen uit te kweken.
Tijdens
de kweek gebruikt hij weinig mannen. Een goede man krijgt meerdere
poppen, soms wel eens vier. Bij het selecteren van de kweekmannen
komt het vaak voor dat hij ze niet goed genoeg vindt. Daarom houdt
hij zo weinig mannen aan.
Bij het
zelfstandig maken van de jongen kijkt hij of de pluisjes van de
koppen zijn en de staartjes al aardig volgroeid tonen. Wanneer dit
het geval is, doet hij ze in een kleinevlucht met een man welke
goed door voert. Na de kweekperiode selecteert hij zijn jongen
allereerst door ze een aparte kleurring te geven. De kleur geeft aan
uit welke broedkooi ze komen. Daarna gaan de gladkoppen en kuiven in
een aparte vlucht. De goede vogels (vooral de kuiven) gaan per
tweetal in de broedkooien.
Kweekresultaten worden bijgehouden in een kweekboek. Het
kweekprogramma op de pc dat hij wel heeft is nog niet in gebruik
genomen.
Robin
doet zijn mooiste vogels na de kweekperiode dus in de broedkooien in
de hoop dat ze rustig worden. Tijdens het voeren doet hij sommige in
een tentoonstellingskooi om te kijken of ze rustig blijven en of
hij/zij de goede vorm toont. Echt africhten doet hij niet.
In
totaal doet hij aan zo’n negen tentoonstellingen mee. Dat zijn de
jongvogeldag, Elst, Twentse Glosterdag, ENGS, ANPV, de onderlinge
TT, Rayonshow, de Norwichdag in Nijkerk en een TT in Duitsland:
Schörtens. Soms ook nog de districtskampioenschappen en de
Nederlandse Kampioenschappen in Apeldoorn.

Af en
toe rollen hier best leuke resultaten uit. Toen hij voor het eerst
meedeed aan de Glostershow van de ENGS in Heemstede (het was toen de
laatste keer in die plaats) won hij de jonge groene kuifman klassen. “Daarna heb ik in de loop van de jaren nog twee keer een klasse
gewonnen. Over het algemeen vind ik het al een prestatie als je bij
de eerste 7 zit. Vooral in de wat grotere klassen. Wat me ook
aansprak is de derde plaats bij de enkelingen kuiven in Apeldoorn.
Hier zitten toch misschien wel 150 enkelingen”. De meerdaagse
tentoonstellingen vindt hij over het algemeen vaak een aanslag op de
conditie van de vogels. Van hem mogen alle tentoonstellingen 1 of 2
dagen duren. De eendagsshow van de ENGS sprak hem aan, waardoor hij
lid geworden is van onze club. Je kunt zo ook de vogels goedkoper
insturen en het is ook een goede mogelijkheid om contacten te
leggen. De tentoonstelling in Hoofddorp vindt hij goed
georganiseerd. Graag zou hij echter zien dat de
liefhebbers/deelnemers er meer bij betrokken werden: bijv. meer
discussie en praten over bepaalde beslissingen. Verder zou hij graag
zien dat de keurstelling welke achter de gewone stelling staat meer
voor de zaal zichtbaar wordt opgesteld. Voor de rest vindt hij het
een prima show waar heel veel goede vogels te zien zijn. Hij is ook
te spreken over het clubblad, vooral om hierin de verhalen te lezen
van ervaringen van andere kwekers.
|